BWBR0051129
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 2
Regeling centrale database taxivervoer
1. De centrale applicatie waarvan de vervoerder gebruik maakt, wordt aangesloten op de CDT als het registratiemiddel en de centrale applicatie voldoen aan de in deze regeling opgenomen voorwaarden.
2. Via de CDT Meldingen API meldt de vervoerder van welke ICT-oplossing gebruik wordt gemaakt.
3. De bestuurder maakt gebruik van het registratiemiddel, dat ter beschikking is gesteld door de vervoerder, om taxivervoergegevens te registreren.
4. De taxivervoergegevens worden door het registratiemiddel geregistreerd en via de centrale applicatie realtime aangeleverd aan de CDT Meldingen API, tenzij sprake is van omstandigheden ten gevolge waarvan deze gegevens niet realtime kunnen worden geregistreerd of aangeleverd.
5. De omstandigheden waaronder taxivervoergegevens niet realtime kunnen worden aangeleverd, bedoeld in het vijfde lid, zijn beperkt tot:
a. het niet beschikbaar zijn van de CDT Meldingen API als gevolg van technische problemen of onderhoud;
b. een verstoring van de gegevensoverdracht tussen centrale applicatie en CDT Meldingen API.
6. De niet tijdig aangeleverde taxivervoergegevens, bedoeld in het vierde lid, worden onverwijld aangeleverd aan de CDT Meldingen API zodra de omstandigheden, bedoeld in het vijfde lid, zich niet meer voordoen.
7. Het registreren en aanleveren van taxivervoergegevens vindt plaats aan de hand van de beschrijving, bedoeld in de bijlage.
2. Via de CDT Meldingen API meldt de vervoerder van welke ICT-oplossing gebruik wordt gemaakt.
3. De bestuurder maakt gebruik van het registratiemiddel, dat ter beschikking is gesteld door de vervoerder, om taxivervoergegevens te registreren.
4. De taxivervoergegevens worden door het registratiemiddel geregistreerd en via de centrale applicatie realtime aangeleverd aan de CDT Meldingen API, tenzij sprake is van omstandigheden ten gevolge waarvan deze gegevens niet realtime kunnen worden geregistreerd of aangeleverd.
5. De omstandigheden waaronder taxivervoergegevens niet realtime kunnen worden aangeleverd, bedoeld in het vijfde lid, zijn beperkt tot:
a. het niet beschikbaar zijn van de CDT Meldingen API als gevolg van technische problemen of onderhoud;
b. een verstoring van de gegevensoverdracht tussen centrale applicatie en CDT Meldingen API.
6. De niet tijdig aangeleverde taxivervoergegevens, bedoeld in het vierde lid, worden onverwijld aangeleverd aan de CDT Meldingen API zodra de omstandigheden, bedoeld in het vijfde lid, zich niet meer voordoen.
7. Het registreren en aanleveren van taxivervoergegevens vindt plaats aan de hand van de beschrijving, bedoeld in de bijlage.