BWBR0051089
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 3
Besluit aanwijzing toezichthouders naleving hoofdstuk 2 Warenwet en verlenen mandaat voor uitvoering en handhaving hoofdstuk 2 Warenwet
1. Aan de Inspecteur-Generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt mandaat verleend om namens de Minister:
a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 35d van de Wet of overeenkomstig artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een last onder dwangsom op te leggen;
b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 35e van de Wet op te leggen;
c. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
d. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel c;
e. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
f. beleidsregels vast te stellen ten aanzien van de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35 en 35a van de Wet.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.
a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 35d van de Wet of overeenkomstig artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een last onder dwangsom op te leggen;
b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 35e van de Wet op te leggen;
c. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
d. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel c;
e. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
f. beleidsregels vast te stellen ten aanzien van de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35 en 35a van de Wet.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.