1. Aan de Inspecteur-Generaal van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur wordt mandaat verleend om namens de Minister:
a. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 35d van de Wet of overeenkomstig artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een last onder dwangsom op te leggen;
b. een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 35e van de Wet op te leggen;
c. een besluit te nemen op een bezwaarschrift gericht tegen een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
d. verweer te voeren ingeval beroep of hoger beroep is ingesteld ter zake van een besluit op bezwaar als bedoeld in onderdeel c;
e. verweer te voeren ingeval een voorlopige voorziening is ingesteld in het kader van een bezwaar, beroep of hoger beroep ter zake van een besluit als bedoeld in onderdeel a of b;
f. beleidsregels vast te stellen ten aanzien van de handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35 en 35a van de Wet.
2. Onverminderd het bepaalde in
artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrechtis de Inspecteur-Generaal bevoegd tot het verlenen van ondermandaat aan onder hem ressorterende functionarissen, behoudens voor wat betreft het vaststellen van beleidsregels als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.