BWBR0051079
Geldig vanaf 2025-06-03
Artikel 8
Subsidieregeling isolatie en ventilatie gebouwen, woonboten en woonwagens provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo
1. Indien het totaal aan kosten van de isolatie- en ventilatiemaatregelen van een aanvraag meer dan € 10.000 bedraagt of eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt en het aangevraagde bedrag uit de nieuwe aanvraag, opgeteld bij het bedrag dat is toegekend op basis van de eerdere aanvraag, hoger is dan € 10.000, overlegt de aanvrager alsnog bij de aanvraag voor subsidie een isolatieplan ook al was dit oorspronkelijk niet verplicht.
2. In geval van isolatie van een dak of een muur aan de buitenzijde van een gebouw, woonboot of woonwagen, overlegt de aanvrager bij de aanvraag voor subsidie een isolatieplan.
3. Het isolatieplan bij een gebouw, woonboot, of woonwagen met een bouwjaar:
a. voor 1 januari 1945 wordt opgesteld door een isolatieadviseur uitgebreid; of
b. vanaf 1 januari 1945 wordt opgesteld door een isolatieadviseur basis of een isolatieadviseur uitgebreid.
4. In afwijking van het derde lid wordt er voor een gebouw zijnde een rijksmonument, provinciaal dan wel gemeentelijk monument een isolatieadvies voor monumenten opgesteld door een isolatieregisseur voor monumenten.
5. Het isolatieplan wordt opgesteld volgens het formulier dat beschikbaar wordt gesteld door de minister.
6. In geval het bestuur van een VvE, wooncoöperatie of woonvereniging de aanvrager voor subsidie is, wordt het isolatieplan aangevuld met een specificatie per type gebouw. Het isolatieplan wordt opgesteld volgens de BRL9500-MWA-W, aangevuld met een overzicht van de uit te voeren isolatie- en ventilatiemaatregelen om te voldoen aan de standaard voor woningisolatie per gebouw.
7. De minister zorgt ervoor dat er geen kosten zijn gemoeid voor de aanvrager met de werkzaamheden van degene die het isolatieplan opstelt.
2. In geval van isolatie van een dak of een muur aan de buitenzijde van een gebouw, woonboot of woonwagen, overlegt de aanvrager bij de aanvraag voor subsidie een isolatieplan.
3. Het isolatieplan bij een gebouw, woonboot, of woonwagen met een bouwjaar:
a. voor 1 januari 1945 wordt opgesteld door een isolatieadviseur uitgebreid; of
b. vanaf 1 januari 1945 wordt opgesteld door een isolatieadviseur basis of een isolatieadviseur uitgebreid.
4. In afwijking van het derde lid wordt er voor een gebouw zijnde een rijksmonument, provinciaal dan wel gemeentelijk monument een isolatieadvies voor monumenten opgesteld door een isolatieregisseur voor monumenten.
5. Het isolatieplan wordt opgesteld volgens het formulier dat beschikbaar wordt gesteld door de minister.
6. In geval het bestuur van een VvE, wooncoöperatie of woonvereniging de aanvrager voor subsidie is, wordt het isolatieplan aangevuld met een specificatie per type gebouw. Het isolatieplan wordt opgesteld volgens de BRL9500-MWA-W, aangevuld met een overzicht van de uit te voeren isolatie- en ventilatiemaatregelen om te voldoen aan de standaard voor woningisolatie per gebouw.
7. De minister zorgt ervoor dat er geen kosten zijn gemoeid voor de aanvrager met de werkzaamheden van degene die het isolatieplan opstelt.