BWBR0051079
Geldig vanaf 2025-06-03
Artikel 17
Subsidieregeling isolatie en ventilatie gebouwen, woonboten en woonwagens provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo
1. De subsidiehoogte voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen waartoe een aanvraag op grond van deze regeling is ingediend, wordt bepaald op basis van de in de isolatie- en ventilatiemaatregelencatalogus bepaalde eenheidsprijzen, of, in het geval van een aanvraag van een doe-het-zelver, op basis van de in de isolatie- en ventilatiemaatregelencatalogus voor doe-het-zelf bepaalde eenheidsprijzen, of, indien de kosten van de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen lager zijn, op basis van bij de aanvraag tot subsidieverlening of de aanvraag tot subsidievaststelling aangeleverde facturen en betaalbewijzen.
2. De subsidie waartoe een aanvraag op grond van deze regeling is ingediend, bedraagt per gebouw, woonboot of woonwagen voor:
a. woningeigenaars: 1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000;
2°. met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000; of
3°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000;
1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000;
2°. met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000; of
3°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000;
b. verhuurders die maximaal één gebouw verhuren: 1°. in het versterkingsgebied, met uitzondering van verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in gemengde VvE’s, gemengde wooncoöperaties en gemengde woonverenigingen: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% tot een maximum van € 20.000 van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket;
1°. in het versterkingsgebied, met uitzondering van verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in gemengde VvE’s, gemengde wooncoöperaties en gemengde woonverenigingen: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% tot een maximum van € 20.000 van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket;
c. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, niet zijnde een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging: 1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; en
1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; en
d. eigenaar-bewoners en verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging, woningcorporaties met een minderheid van het totaal aantal gebouwen in een gemengde VvE en verhuurders die meer dan één gebouw verhuren: 50% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het te verstrekken subsidiebedrag niet meegerekend ten behoeve van het voor de betreffende doelgroep geldende maximumbedrag dat aan subsidie kan worden ontvangen op grond van het tweede en vierde lid, en bedraagt de subsidie 30% van de kosten van de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen op basis van de in de isolatie- en ventilatiemaatregelencatalogus bepaalde eenheidsprijzen of, in het geval van een aanvraag van een doe-het-zelver, op basis van de in de isolatie- en ventilatiemaatregelencatalogus voor doe-het-zelf bepaalde eenheidsprijzen voor:
a. het aanbrengen van bodemisolatie;
b. het aanbrengen van schuimbeton;
c. een maatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, waarmee een hogere isolatiewaarde wordt behaald dan noodzakelijk is om de standaard voor woningisolatie te behalen; of
d. het vervangen van bestaand glas door triple glas met nieuwe kozijnen, waarbij de voorwaarde geldt dat het triple glas een U-waarde heeft van maximaal 0,7 W/m2K en de kozijnen een Uf-waarde hebben van maximaal 1,5 W/m2K.
4. In aanvulling op het tweede lid wordt de subsidie verhoogd:
a. met 50% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximale verhoging van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH of SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket, voor: 1°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, niet zijnde een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging die in het aangewezen gebied vallen en een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
2°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied;
3°. verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
1°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, niet zijnde een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging die in het aangewezen gebied vallen en een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
2°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied;
3°. verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
b. met € 1.000 per gebouw ter ondersteuning bij de uit te voeren subsidiabele activiteiten, voor: 1°. woningeigenaars in het versterkingsgebied;
2°. woningeigenaars met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum;
3°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum.
1°. woningeigenaars in het versterkingsgebied;
2°. woningeigenaars met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum;
3°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum.
5. Als een subsidie is toegekend aan het bestuur van een VvE, het bestuur van een wooncoöperatie of het bestuur van een woonvereniging, dan wordt het subsidiebedrag toegewezen per gebouw op basis van de door het bestuur van een VvE, wooncoöperatie of woonvereniging bij de aanvraag aangeleverde verdeelsleutel. Dat per gebouw toegewezen bedrag wordt in mindering gebracht op het voor de betreffende doelgroep geldende maximumbedrag uit het tweede en derde lid.
6. Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie geldt dat de subsidiabele kosten betrekking hebben op ten hoogste de volgende te isoleren oppervlakten bij:
a. het aanbrengen van bodemisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
b. het aanbrengen van schuimbeton: ten hoogste 130 vierkante meter;
c. het vervangen van bestaand glas door triple glas met nieuwe kozijnen: ten hoogste 45 vierkante meter;
d. de volgende maatregelen, als de maatregel geen deel uitmaakt van de set van maatregelen die op grond van een isolatieplan nodig is om de standaard voor woningisolatie te behalen: 1°. het aanbrengen van spouwmuurisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
2°. het aanbrengen van zolder- of vlieringisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
3°. het aanbrengen van binnen- of buitengevelisolatie: ten hoogste 170 vierkante meter;
4°. het aanbrengen van vloerisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
5°. het aanbrengen van dakisolatie bij een plat dak: ten hoogste 130 vierkante meter;
6°. het aanbrengen van dakisolatie bij een hellend dak van binnenuit: ten hoogste 200 vierkante meter;
7°. het vervangen van bestaand glas door HR++-glas zonder nieuwe kozijnen: ten hoogste 45 vierkante meter;
8°. het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing: ten hoogste 45 vierkante meter;
9°. indien sprake is van een rijksmonument, provinciaal dan wel gemeentelijk monument, het vervangen van glas door monumentenglas of vacuümglas: ten hoogste 45 vierkante meter; of
10°. indien sprake is van een karakteristiek, beeldbepalend dan wel beeldondersteunend gebouw, het vervangen van glas door HR++-glas, dan wel het vervangen van glas door vacuümglas indien HR++-glas niet toegepast kan worden: ten hoogste 45 vierkante meter.
1°. het aanbrengen van spouwmuurisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
2°. het aanbrengen van zolder- of vlieringisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
3°. het aanbrengen van binnen- of buitengevelisolatie: ten hoogste 170 vierkante meter;
4°. het aanbrengen van vloerisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
5°. het aanbrengen van dakisolatie bij een plat dak: ten hoogste 130 vierkante meter;
6°. het aanbrengen van dakisolatie bij een hellend dak van binnenuit: ten hoogste 200 vierkante meter;
7°. het vervangen van bestaand glas door HR++-glas zonder nieuwe kozijnen: ten hoogste 45 vierkante meter;
8°. het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing: ten hoogste 45 vierkante meter;
9°. indien sprake is van een rijksmonument, provinciaal dan wel gemeentelijk monument, het vervangen van glas door monumentenglas of vacuümglas: ten hoogste 45 vierkante meter; of
10°. indien sprake is van een karakteristiek, beeldbepalend dan wel beeldondersteunend gebouw, het vervangen van glas door HR++-glas, dan wel het vervangen van glas door vacuümglas indien HR++-glas niet toegepast kan worden: ten hoogste 45 vierkante meter.
2. De subsidie waartoe een aanvraag op grond van deze regeling is ingediend, bedraagt per gebouw, woonboot of woonwagen voor:
a. woningeigenaars: 1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000;
2°. met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000; of
3°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000;
1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000;
2°. met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000; of
3°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000;
b. verhuurders die maximaal één gebouw verhuren: 1°. in het versterkingsgebied, met uitzondering van verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in gemengde VvE’s, gemengde wooncoöperaties en gemengde woonverenigingen: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% tot een maximum van € 20.000 van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket;
1°. in het versterkingsgebied, met uitzondering van verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in gemengde VvE’s, gemengde wooncoöperaties en gemengde woonverenigingen: 100% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% tot een maximum van € 20.000 van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket;
c. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, niet zijnde een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging: 1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; en
1°. in het versterkingsgebied: 100% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 40.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; of
2°. in het aangewezen gebied: 50% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket; en
d. eigenaar-bewoners en verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging, woningcorporaties met een minderheid van het totaal aantal gebouwen in een gemengde VvE en verhuurders die meer dan één gebouw verhuren: 50% van de kosten voor het nemen van isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximum van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH, SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket.
3. In afwijking van het tweede lid wordt het te verstrekken subsidiebedrag niet meegerekend ten behoeve van het voor de betreffende doelgroep geldende maximumbedrag dat aan subsidie kan worden ontvangen op grond van het tweede en vierde lid, en bedraagt de subsidie 30% van de kosten van de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen op basis van de in de isolatie- en ventilatiemaatregelencatalogus bepaalde eenheidsprijzen of, in het geval van een aanvraag van een doe-het-zelver, op basis van de in de isolatie- en ventilatiemaatregelencatalogus voor doe-het-zelf bepaalde eenheidsprijzen voor:
a. het aanbrengen van bodemisolatie;
b. het aanbrengen van schuimbeton;
c. een maatregel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, waarmee een hogere isolatiewaarde wordt behaald dan noodzakelijk is om de standaard voor woningisolatie te behalen; of
d. het vervangen van bestaand glas door triple glas met nieuwe kozijnen, waarbij de voorwaarde geldt dat het triple glas een U-waarde heeft van maximaal 0,7 W/m2K en de kozijnen een Uf-waarde hebben van maximaal 1,5 W/m2K.
4. In aanvulling op het tweede lid wordt de subsidie verhoogd:
a. met 50% van de kosten voor de uitgevoerde isolatie- en ventilatiemaatregelen tot een maximale verhoging van € 20.000, inclusief eventuele subsidie op grond van de SVOH of SVVE met uitzondering van de subsidieverhoging voor realisatie van een zeer energiezuinig pakket, voor: 1°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, niet zijnde een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging die in het aangewezen gebied vallen en een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
2°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied;
3°. verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
1°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, niet zijnde een gemengde VvE, gemengde wooncoöperatie, of gemengde woonvereniging die in het aangewezen gebied vallen en een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
2°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied;
3°. verhuurders die maximaal één gebouw verhuren in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een gemengde VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum;
b. met € 1.000 per gebouw ter ondersteuning bij de uit te voeren subsidiabele activiteiten, voor: 1°. woningeigenaars in het versterkingsgebied;
2°. woningeigenaars met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum;
3°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum.
1°. woningeigenaars in het versterkingsgebied;
2°. woningeigenaars met een verzamelinkomen tot 140% van het sociaal minimum;
3°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, in het versterkingsgebied; en
4°. eigenaar-bewoners in een VvE, wooncoöperatie, of woonvereniging, die een verzamelinkomen hebben tot 140% van het sociaal minimum.
5. Als een subsidie is toegekend aan het bestuur van een VvE, het bestuur van een wooncoöperatie of het bestuur van een woonvereniging, dan wordt het subsidiebedrag toegewezen per gebouw op basis van de door het bestuur van een VvE, wooncoöperatie of woonvereniging bij de aanvraag aangeleverde verdeelsleutel. Dat per gebouw toegewezen bedrag wordt in mindering gebracht op het voor de betreffende doelgroep geldende maximumbedrag uit het tweede en derde lid.
6. Voor het bepalen van de hoogte van de subsidie geldt dat de subsidiabele kosten betrekking hebben op ten hoogste de volgende te isoleren oppervlakten bij:
a. het aanbrengen van bodemisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
b. het aanbrengen van schuimbeton: ten hoogste 130 vierkante meter;
c. het vervangen van bestaand glas door triple glas met nieuwe kozijnen: ten hoogste 45 vierkante meter;
d. de volgende maatregelen, als de maatregel geen deel uitmaakt van de set van maatregelen die op grond van een isolatieplan nodig is om de standaard voor woningisolatie te behalen: 1°. het aanbrengen van spouwmuurisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
2°. het aanbrengen van zolder- of vlieringisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
3°. het aanbrengen van binnen- of buitengevelisolatie: ten hoogste 170 vierkante meter;
4°. het aanbrengen van vloerisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
5°. het aanbrengen van dakisolatie bij een plat dak: ten hoogste 130 vierkante meter;
6°. het aanbrengen van dakisolatie bij een hellend dak van binnenuit: ten hoogste 200 vierkante meter;
7°. het vervangen van bestaand glas door HR++-glas zonder nieuwe kozijnen: ten hoogste 45 vierkante meter;
8°. het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing: ten hoogste 45 vierkante meter;
9°. indien sprake is van een rijksmonument, provinciaal dan wel gemeentelijk monument, het vervangen van glas door monumentenglas of vacuümglas: ten hoogste 45 vierkante meter; of
10°. indien sprake is van een karakteristiek, beeldbepalend dan wel beeldondersteunend gebouw, het vervangen van glas door HR++-glas, dan wel het vervangen van glas door vacuümglas indien HR++-glas niet toegepast kan worden: ten hoogste 45 vierkante meter.
1°. het aanbrengen van spouwmuurisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
2°. het aanbrengen van zolder- of vlieringisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
3°. het aanbrengen van binnen- of buitengevelisolatie: ten hoogste 170 vierkante meter;
4°. het aanbrengen van vloerisolatie: ten hoogste 130 vierkante meter;
5°. het aanbrengen van dakisolatie bij een plat dak: ten hoogste 130 vierkante meter;
6°. het aanbrengen van dakisolatie bij een hellend dak van binnenuit: ten hoogste 200 vierkante meter;
7°. het vervangen van bestaand glas door HR++-glas zonder nieuwe kozijnen: ten hoogste 45 vierkante meter;
8°. het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing: ten hoogste 45 vierkante meter;
9°. indien sprake is van een rijksmonument, provinciaal dan wel gemeentelijk monument, het vervangen van glas door monumentenglas of vacuümglas: ten hoogste 45 vierkante meter; of
10°. indien sprake is van een karakteristiek, beeldbepalend dan wel beeldondersteunend gebouw, het vervangen van glas door HR++-glas, dan wel het vervangen van glas door vacuümglas indien HR++-glas niet toegepast kan worden: ten hoogste 45 vierkante meter.