BWBR0051043
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 6
Regeling vergunningverlening kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek
1. Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en
b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
2. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de weten de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d, e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, zoals bedoeld in het tweede lid, meegerekend:
a. indien van toepassing, het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband; en
b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is, het eigen vermogen van de moederonderneming, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.
4. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen 53 maanden na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet; en
b. of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998 maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning bedraagt.
5. Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en
b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
2. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de weten de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d, e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, zoals bedoeld in het tweede lid, meegerekend:
a. indien van toepassing, het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband; en
b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is, het eigen vermogen van de moederonderneming, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.
4. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen 53 maanden na de datum waarop de vergunning onherroepelijk is geworden, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet; en
b. of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de voorwaarden van de netbeheerder van het net op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Elektriciteitswet 1998 maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning bedraagt.
5. Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.