BWBR0051043
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 10
Regeling vergunningverlening kavel I-A in windenergiegebied Nederwiek
1. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetbedraagt € 100.000.000.
2. De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, is vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
3. De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het net op zee.
4. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wetwordt verbeurd bedraagt:
a. € 10.000.000 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht;
b. € 10.000.000 voor elke maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en
c. € 100.000.000 indien de minister aan de houder van de vergunning schriftelijk kenbaar maakt voornemens te zijn te besluiten de vergunning in te trekken op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel b, of indien de houder van de vergunning een aanvraag doet tot intrekking op grond van artikel 17, vierde lid, van de wet en de minister voornemens is deze aanvraag te honoreren.
5. De waarborgsom, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetwordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009van het Europees Parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.
6. De bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetwordt afgegeven door een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde bank.
2. De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, is vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
3. De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het net op zee.
4. De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wetwordt verbeurd bedraagt:
a. € 10.000.000 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht;
b. € 10.000.000 voor elke maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en
c. € 100.000.000 indien de minister aan de houder van de vergunning schriftelijk kenbaar maakt voornemens te zijn te besluiten de vergunning in te trekken op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel b, of indien de houder van de vergunning een aanvraag doet tot intrekking op grond van artikel 17, vierde lid, van de wet en de minister voornemens is deze aanvraag te honoreren.
5. De waarborgsom, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetwordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009van het Europees Parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.
6. De bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wetwordt afgegeven door een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde bank.