BWBR0051029
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 4
Regeling bijzondere neurochirurgie
1. Indien een instelling op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling krachtens de wetbevoegd is tot het, al dan niet in samenwerkingsverband, uitvoeren van bijzondere neurochirurgie, geldt die bevoegdheid als een aan die instelling krachtens deze regeling verleende vergunning voor het uitvoeren van bijzondere neurochirurgie, met uitzondering van de specifieke verrichtingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d, met ingang van de dag waarop deze regeling in werking treedt en voor de duur van tien jaar.
2. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting stereotactische radiotherapie, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de wetbevoegd was tot het uitvoeren van de in het Planningsbesluit neurochirurgie 2001genoemde deelfunctie stereotactische radiotherapie.
3. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting epilepsiechirurgie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de wetbevoegd was tot het uitvoeren van de in het Planningsbesluit neurochirurgie 2001genoemde deelfunctie epilepsiechirurgie.
4. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting diepe hersenstimulatie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de wetbevoegd was tot het uitvoeren van de in het Planningsbesluit neurochirurgie 2001genoemde deelfunctie neurostimulatie bij bewegingsstoornissen.
5. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting kinderneurochirurgie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de weten in overeenstemming met het Planningsbesluit neurochirurgie 2001kinderneurochirurgie verrichtte.
2. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting stereotactische radiotherapie, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de wetbevoegd was tot het uitvoeren van de in het Planningsbesluit neurochirurgie 2001genoemde deelfunctie stereotactische radiotherapie.
3. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting epilepsiechirurgie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de wetbevoegd was tot het uitvoeren van de in het Planningsbesluit neurochirurgie 2001genoemde deelfunctie epilepsiechirurgie.
4. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting diepe hersenstimulatie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de wetbevoegd was tot het uitvoeren van de in het Planningsbesluit neurochirurgie 2001genoemde deelfunctie neurostimulatie bij bewegingsstoornissen.
5. De houder van de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is tevens bevoegd tot het uitvoeren van de specifieke verrichting kinderneurochirurgie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, indien de betreffende instelling op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, krachtens de weten in overeenstemming met het Planningsbesluit neurochirurgie 2001kinderneurochirurgie verrichtte.