BWBR0051029
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 2
Regeling bijzondere neurochirurgie
1. De minister kan een vergunning verlenen voor het uitvoeren van bijzondere neurochirurgie en één of meer van de volgende specifieke verrichtingen op het gebied van bijzondere neurochirurgie:
a. stereotactische radiotherapie, met uitzondering van de behandeling van intracraniële laesies of laesies gerelateerd aan de schedelbasis waarvan in een multidisciplinair overleg (MDO), waaraan tenminste een neurochirurg die werkzaam is bij een instelling voor bijzondere neurochirurgie, een radiotherapeut-oncoloog, een neuroloog en een neuroradioloog hebben deelgenomen, in onderlinge consensus is vastgesteld dat de behandeling niet in een instelling voor bijzondere neurochirurgie hoeft plaats te vinden;
b. epilepsiechirurgie;
c. diepe hersenstimulatie;
d. kinderneurochirurgie.
2. Voor het uitvoeren van bijzondere neurochirurgie bestaat behoefte aan ten hoogste zestien vergunninghoudende instellingen, waarvan:
a. ten hoogste vier instellingen bevoegd zijn tot stereotactische radiotherapie;
b. ten hoogste drie instellingen bevoegd zijn tot epilepsiechirurgie;
c. ten hoogste zeven instellingen bevoegd zijn tot diepe hersenstimulatie;
d. ten hoogste zeven instellingen, zijnde universitaire medische centra (UMC’s), bevoegd zijn tot kinderneurochirurgie.
3. De wijze waarop in de behoefte wordt voorzien, is neergelegd in paragrafen 1 en 2 van de bijlagebij deze regeling.
a. stereotactische radiotherapie, met uitzondering van de behandeling van intracraniële laesies of laesies gerelateerd aan de schedelbasis waarvan in een multidisciplinair overleg (MDO), waaraan tenminste een neurochirurg die werkzaam is bij een instelling voor bijzondere neurochirurgie, een radiotherapeut-oncoloog, een neuroloog en een neuroradioloog hebben deelgenomen, in onderlinge consensus is vastgesteld dat de behandeling niet in een instelling voor bijzondere neurochirurgie hoeft plaats te vinden;
b. epilepsiechirurgie;
c. diepe hersenstimulatie;
d. kinderneurochirurgie.
2. Voor het uitvoeren van bijzondere neurochirurgie bestaat behoefte aan ten hoogste zestien vergunninghoudende instellingen, waarvan:
a. ten hoogste vier instellingen bevoegd zijn tot stereotactische radiotherapie;
b. ten hoogste drie instellingen bevoegd zijn tot epilepsiechirurgie;
c. ten hoogste zeven instellingen bevoegd zijn tot diepe hersenstimulatie;
d. ten hoogste zeven instellingen, zijnde universitaire medische centra (UMC’s), bevoegd zijn tot kinderneurochirurgie.
3. De wijze waarop in de behoefte wordt voorzien, is neergelegd in paragrafen 1 en 2 van de bijlagebij deze regeling.