BWBR0051017
Geldig vanaf 2025-05-10
Artikel 8
Regeling uitwisseling van informatie tussen rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten
1. Het centraal contactpunt verstrekt aan de centrale contactpunten of de bevoegde rechtshandhavingsinstanties van andere lidstaten op eigen initiatief alle beschikbare informatie, indien er objectieve redenen zijn om aan te nemen dat die informatie voor die lidstaten relevant kan zijn om ernstige strafbare feiten te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, tenzij er zijn objectieve redenen zijn om aan te nemen dat de verstrekking van de informatie:
a. strijdig zou zijn met of schade zou toebrengen aan de wezenlijke nationale veiligheidsbelangen;
b. het welslagen van een lopend onderzoek naar een strafbaar feit of de veiligheid van een persoon in gevaar zou brengen; of
c. de beschermde wezenlijke belangen van een rechtspersoon bovenmatig zou schaden.
2. Het centraal contactpunt kan aan de centrale contactpunten of de bevoegde rechtshandhavingsinstanties van andere lidstaten op eigen initiatief de beschikbare informatie verstrekken, indien er objectieve redenen zijn om aan te nemen dat die informatie voor die andere lidstaten relevant kan zijn om andere strafbare feiten dan die bedoeld in het eerste lid te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken.
3. De verstrekking van de beschikbare informatie aan de andere lidstaat bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats in het Engels of in een van de andere talen die is opgenomen in de lijst die is opgesteld door die andere lidstaat, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van Richtlijn (EU) 2023/977.
4. Wanneer het centraal contactpunt op eigen initiatief informatie verstrekt aan de bevoegde of aangewezen rechtshandhavingsinstantie van aan een andere lidstaat, zendt het centraal contactpunt tegelijkertijd een kopie van die informatie aan het centraal contactpunt van die andere lidstaat.
a. strijdig zou zijn met of schade zou toebrengen aan de wezenlijke nationale veiligheidsbelangen;
b. het welslagen van een lopend onderzoek naar een strafbaar feit of de veiligheid van een persoon in gevaar zou brengen; of
c. de beschermde wezenlijke belangen van een rechtspersoon bovenmatig zou schaden.
2. Het centraal contactpunt kan aan de centrale contactpunten of de bevoegde rechtshandhavingsinstanties van andere lidstaten op eigen initiatief de beschikbare informatie verstrekken, indien er objectieve redenen zijn om aan te nemen dat die informatie voor die andere lidstaten relevant kan zijn om andere strafbare feiten dan die bedoeld in het eerste lid te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken.
3. De verstrekking van de beschikbare informatie aan de andere lidstaat bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats in het Engels of in een van de andere talen die is opgenomen in de lijst die is opgesteld door die andere lidstaat, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van Richtlijn (EU) 2023/977.
4. Wanneer het centraal contactpunt op eigen initiatief informatie verstrekt aan de bevoegde of aangewezen rechtshandhavingsinstantie van aan een andere lidstaat, zendt het centraal contactpunt tegelijkertijd een kopie van die informatie aan het centraal contactpunt van die andere lidstaat.