BWBR0051017
Geldig vanaf 2025-05-10
Artikel 2
Regeling uitwisseling van informatie tussen rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten
1. Er is een centraal contactpunt voor de coördinatie en facilitering van informatie-uitwisseling tussen Nederland en andere lidstaten.
2. Het centraal contactpunt is een onderdeel van de Dienst landelijke intelligenceorganisatie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van het Besluit beheer politie.
3. Het centraal contactpunt verricht in elk geval de volgende werkzaamheden:
a. het ontvangen en het beoordelen van verzoeken om informatie die ingediend zijn door de centrale contactpunten of de aangewezen rechtshandhavingsinstanties van een andere lidstaat;
b. het kanaliseren van verzoeken om informatie naar de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet, de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, de rijksrecherche, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, of de buitengewone opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, het coördineren van de verwerking van die verzoeken en de verstrekking van informatie ingevolge die verzoeken;
c. het coördineren van de analyse en het structureren van informatie met het oog op de verstrekking ervan aan de centrale contactpunten en, in voorkomend geval, de bevoegde rechtshandhavingsinstanties van andere lidstaten;
d. het verstrekken van informatie op verzoek of op eigen initiatief aan andere lidstaten overeenkomstig hoofdstuk 4;
e. het weigeren van de verstrekking van informatie overeenkomstig artikel 7 en, waar nodig, het verzoeken om verduidelijking of nadere toelichting;
f. het toezenden van verzoeken om informatie aan de centrale contactpunten van andere lidstaten overeenkomstig artikel 6 en, waar nodig, het verstrekken van verduidelijking of nadere toelichting.
4. Het centraal contactpunt is 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar.
5. Het centraal contactpunt bestaat in ieder geval uit:
a. personeel van de nationale Europol-eenheid, bedoeld in artikel 7 van Verordening (EU) 2016/794;
b. personeel van het Sirene-bureau, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie (PbEU 2018, L 312);
c. personeel van het nationale centrale bureau van Interpol, bedoeld in artikel 32 van het statuut van de Internationale Criminele Politieorganisatie (Interpol); en
d. ambtenaren van de politie die op basis van een bilaterale of multilaterale afspraak zijn gedetacheerd naar het buitenland of naar een internationale organisatie voor bepaalde of onbepaalde duur en belast zijn met de internationale informatie-uitwisseling ten behoeve van het voorkomen, opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.
2. Het centraal contactpunt is een onderdeel van de Dienst landelijke intelligenceorganisatie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van het Besluit beheer politie.
3. Het centraal contactpunt verricht in elk geval de volgende werkzaamheden:
a. het ontvangen en het beoordelen van verzoeken om informatie die ingediend zijn door de centrale contactpunten of de aangewezen rechtshandhavingsinstanties van een andere lidstaat;
b. het kanaliseren van verzoeken om informatie naar de politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet, de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, de rijksrecherche, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, of de buitengewone opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, het coördineren van de verwerking van die verzoeken en de verstrekking van informatie ingevolge die verzoeken;
c. het coördineren van de analyse en het structureren van informatie met het oog op de verstrekking ervan aan de centrale contactpunten en, in voorkomend geval, de bevoegde rechtshandhavingsinstanties van andere lidstaten;
d. het verstrekken van informatie op verzoek of op eigen initiatief aan andere lidstaten overeenkomstig hoofdstuk 4;
e. het weigeren van de verstrekking van informatie overeenkomstig artikel 7 en, waar nodig, het verzoeken om verduidelijking of nadere toelichting;
f. het toezenden van verzoeken om informatie aan de centrale contactpunten van andere lidstaten overeenkomstig artikel 6 en, waar nodig, het verstrekken van verduidelijking of nadere toelichting.
4. Het centraal contactpunt is 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar.
5. Het centraal contactpunt bestaat in ieder geval uit:
a. personeel van de nationale Europol-eenheid, bedoeld in artikel 7 van Verordening (EU) 2016/794;
b. personeel van het Sirene-bureau, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van Verordening (EU) 2018/1862 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, tot wijziging en intrekking van Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1986/2006 van het Europees Parlement en de Raad en Besluit 2010/261/EU van de Commissie (PbEU 2018, L 312);
c. personeel van het nationale centrale bureau van Interpol, bedoeld in artikel 32 van het statuut van de Internationale Criminele Politieorganisatie (Interpol); en
d. ambtenaren van de politie die op basis van een bilaterale of multilaterale afspraak zijn gedetacheerd naar het buitenland of naar een internationale organisatie voor bepaalde of onbepaalde duur en belast zijn met de internationale informatie-uitwisseling ten behoeve van het voorkomen, opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.