BWBR0050979
Geldig vanaf 2025-04-29
Artikel 5
Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten
1. De ambtenaar die een radiointerventiemiddel zal configureren of inzetten, heeft:
a. met goed gevolg het examen, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, van de Examenregeling frequentiegebruik 2008, of een daaraan gelijkwaardig alternatief, afgelegd;
b. een opleiding gevolgd waarin kennis van de ordening van het radiospectrum, van het Nationaal Frequentieplan 2014, van spectrumgebruik en van spectrumgebruikers in Nederland is behandeld, op basis van door de verantwoordelijke opgestelde eisen;
c. een opleiding gevolgd waarin specifieke kennis over de radiointerventiemiddelen die bediend of geconfigureerd worden is behandeld, inclusief de eventuele daarbij behorende documentatie; en
d. met goed gevolg een praktijktraining voor het in te zetten radiointerventiemiddel of middelen afgelegd.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt de in het eerste lid bedoelde kennis en volgt daartoe de benodigde opleiding, en wordt elke twee jaar, na het behalen van het examen, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, getoetst op alle onderdelen bedoeld in het eerste lid.
a. met goed gevolg het examen, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, van de Examenregeling frequentiegebruik 2008, of een daaraan gelijkwaardig alternatief, afgelegd;
b. een opleiding gevolgd waarin kennis van de ordening van het radiospectrum, van het Nationaal Frequentieplan 2014, van spectrumgebruik en van spectrumgebruikers in Nederland is behandeld, op basis van door de verantwoordelijke opgestelde eisen;
c. een opleiding gevolgd waarin specifieke kennis over de radiointerventiemiddelen die bediend of geconfigureerd worden is behandeld, inclusief de eventuele daarbij behorende documentatie; en
d. met goed gevolg een praktijktraining voor het in te zetten radiointerventiemiddel of middelen afgelegd.
2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onderhoudt de in het eerste lid bedoelde kennis en volgt daartoe de benodigde opleiding, en wordt elke twee jaar, na het behalen van het examen, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, getoetst op alle onderdelen bedoeld in het eerste lid.