BWBR0050934
Geldig vanaf 2025-04-11
Artikel 3
Instellingsbesluit Adviescommissie richtlijn passend bewijs preventie
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zeven andere leden.
2. In de commissie hebben zitting:
a. als lid: 1° dhr. prof. dr. B.J. ter Weel, te Apeldoorn, tevens voorzitter;
2° dhr. prof. dr. J.O. Mierau, te Groningen;
3° mevr. prof. dr. G.A. de Wit, te Utrecht;
4° dhr. dr. J.M. Pomp, te Bergen;
5° dhr. dr. B. Wouterse, te Den Haag;
6° mevr. dr. D. van Dale, te Hilversum;
7° mevr. H.H.C. de Vaan, te Amstelveen;
1° dhr. prof. dr. B.J. ter Weel, te Apeldoorn, tevens voorzitter;
2° dhr. prof. dr. J.O. Mierau, te Groningen;
3° mevr. prof. dr. G.A. de Wit, te Utrecht;
4° dhr. dr. J.M. Pomp, te Bergen;
5° dhr. dr. B. Wouterse, te Den Haag;
6° mevr. dr. D. van Dale, te Hilversum;
7° mevr. H.H.C. de Vaan, te Amstelveen;
b. als adviseur: 1° een adviseur namens het Centraal Planbureau;
2° een adviseur namens de Gezondheidsraad;
1° een adviseur namens het Centraal Planbureau;
2° een adviseur namens de Gezondheidsraad;
c. als waarnemer: 1° een waarnemer namens het Ministerie van Financiën;
2° een waarnemer namens het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
1° een waarnemer namens het Ministerie van Financiën;
2° een waarnemer namens het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
3. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk en zonder beïnvloeding van derden uit.
4. In afwijking van het derde lid hebben twee leden zitting uit hoofde van hun functie:
a. mevr. dr. D. van Dale, namens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
b. mevr. H.H.C. de Vaan, arts beleid en advies KNMG, namens het Zorginstituut Nederland.
5. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
6. De benoeming van de voorzitter en de andere leden geldt tot opheffing van de commissie.
7. De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek, wegens ongeschiktheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.
2. In de commissie hebben zitting:
a. als lid: 1° dhr. prof. dr. B.J. ter Weel, te Apeldoorn, tevens voorzitter;
2° dhr. prof. dr. J.O. Mierau, te Groningen;
3° mevr. prof. dr. G.A. de Wit, te Utrecht;
4° dhr. dr. J.M. Pomp, te Bergen;
5° dhr. dr. B. Wouterse, te Den Haag;
6° mevr. dr. D. van Dale, te Hilversum;
7° mevr. H.H.C. de Vaan, te Amstelveen;
1° dhr. prof. dr. B.J. ter Weel, te Apeldoorn, tevens voorzitter;
2° dhr. prof. dr. J.O. Mierau, te Groningen;
3° mevr. prof. dr. G.A. de Wit, te Utrecht;
4° dhr. dr. J.M. Pomp, te Bergen;
5° dhr. dr. B. Wouterse, te Den Haag;
6° mevr. dr. D. van Dale, te Hilversum;
7° mevr. H.H.C. de Vaan, te Amstelveen;
b. als adviseur: 1° een adviseur namens het Centraal Planbureau;
2° een adviseur namens de Gezondheidsraad;
1° een adviseur namens het Centraal Planbureau;
2° een adviseur namens de Gezondheidsraad;
c. als waarnemer: 1° een waarnemer namens het Ministerie van Financiën;
2° een waarnemer namens het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
1° een waarnemer namens het Ministerie van Financiën;
2° een waarnemer namens het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
3. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie onafhankelijk en zonder beïnvloeding van derden uit.
4. In afwijking van het derde lid hebben twee leden zitting uit hoofde van hun functie:
a. mevr. dr. D. van Dale, namens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
b. mevr. H.H.C. de Vaan, arts beleid en advies KNMG, namens het Zorginstituut Nederland.
5. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
6. De benoeming van de voorzitter en de andere leden geldt tot opheffing van de commissie.
7. De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek, wegens ongeschiktheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister.