BWBR0050928
Geldig vanaf 2025-04-09
Artikel 7
Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties
1. Het college van burgemeester en wethouders van de doorstroomgemeente huisvest vergunninghouders in een doorstroomlocatie indien:
a. de vergunninghouder in afwachting van huisvesting verblijft in een opvangvoorziening door of onder verantwoordelijkheid van het COA of het college van burgemeester en wethouders;
b. de vergunninghouder door het COA gekoppeld is aan de doorstroomgemeente of een deelnemende gemeente in de regio, en
c. de koppelgemeente niet in andere passende huisvesting kan voorzien.
2. Het college van burgemeester en wethouders van de doorstroomgemeente biedt in een doorstroomlocatie alleen huisvesting aan een vergunninghouder die voldoet aan de voorwaarden in het eerste lid, en indien de beschikbare woonruimte passend is voor de gezinssamenstelling van de vergunninghouder.
3. Het college van burgemeester en wethouders van de doorstroomgemeente houdt bij het aanbieden van onderdak in een doorstroomlocatie aan de vergunninghouder rekening met:
a. het bewaren van de eenheid van het gezin; en
b. de specifieke situatie en bijzondere behoeften aan huisvesting van kwetsbare vergunninghouders. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.
a. de vergunninghouder in afwachting van huisvesting verblijft in een opvangvoorziening door of onder verantwoordelijkheid van het COA of het college van burgemeester en wethouders;
b. de vergunninghouder door het COA gekoppeld is aan de doorstroomgemeente of een deelnemende gemeente in de regio, en
c. de koppelgemeente niet in andere passende huisvesting kan voorzien.
2. Het college van burgemeester en wethouders van de doorstroomgemeente biedt in een doorstroomlocatie alleen huisvesting aan een vergunninghouder die voldoet aan de voorwaarden in het eerste lid, en indien de beschikbare woonruimte passend is voor de gezinssamenstelling van de vergunninghouder.
3. Het college van burgemeester en wethouders van de doorstroomgemeente houdt bij het aanbieden van onderdak in een doorstroomlocatie aan de vergunninghouder rekening met:
a. het bewaren van de eenheid van het gezin; en
b. de specifieke situatie en bijzondere behoeften aan huisvesting van kwetsbare vergunninghouders. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: personen met een handicap, ouderen, zwangere vrouwen, alleenstaande ouders met minderjarige kinderen, personen met ernstige ziekten en personen met mentale stoornissen.