BWBR0050928
Geldig vanaf 2025-04-09
Artikel 6
Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties
1. Doorstroomgemeenten ontvangen ter bekostiging van de uitvoeringskosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b:
a. een vergoeding van € 60 per dag per in de doorstroomlocatie geplaatste vergunninghouder, en
b. een aanvullende vergoeding van € 8 per dag per in de doorstroomlocatie geplaatste vergunninghouder die gekoppeld is aan een andere deelnemende gemeente in de regio.
2. De vergoeding van de uitvoeringskosten, bedoeld in het eerste lid, gaat in op de dag van plaatsing van de vergunninghouder en wordt voor maximaal 365 dagen per vergunninghouder verstrekt.
3. Onverminderd het zesde lid worden de uitvoeringskosten vergoed op basis van de werkelijke bezetting van de doorstroomlocatie door vergunninghouders, voor maximaal drie jaar vanaf het moment van ingebruikname en gedurende de exploitatie van de doorstroomlocatie.
4. De transitiekosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, worden vergoed op basis van de werkelijke kosten zolang deze door Onze Minister redelijk en marktconform worden geacht voor transitiekosten. De transitiekosten mogen het hiervoor verleende bedrag met maximaal 10% overstijgen.
5. Indien de kosten, bedoeld in het vierde lid, het door Onze Minister verleende bedrag met meer dan 10% overschrijden, kan de doorstroomgemeente een aanvullende aanvraag doen voor het gedeelte dat hoger is dan het voor transitiekosten verleende bedrag en de overschrijding van 10%, middels het daartoe door Onze Minister beschikbaar gestelde formulier. De afwijzingsgronden, genoemd in artikel 4, zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor activiteiten verricht voor 1 januari 2024 of na 31 december 2028.
a. een vergoeding van € 60 per dag per in de doorstroomlocatie geplaatste vergunninghouder, en
b. een aanvullende vergoeding van € 8 per dag per in de doorstroomlocatie geplaatste vergunninghouder die gekoppeld is aan een andere deelnemende gemeente in de regio.
2. De vergoeding van de uitvoeringskosten, bedoeld in het eerste lid, gaat in op de dag van plaatsing van de vergunninghouder en wordt voor maximaal 365 dagen per vergunninghouder verstrekt.
3. Onverminderd het zesde lid worden de uitvoeringskosten vergoed op basis van de werkelijke bezetting van de doorstroomlocatie door vergunninghouders, voor maximaal drie jaar vanaf het moment van ingebruikname en gedurende de exploitatie van de doorstroomlocatie.
4. De transitiekosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, worden vergoed op basis van de werkelijke kosten zolang deze door Onze Minister redelijk en marktconform worden geacht voor transitiekosten. De transitiekosten mogen het hiervoor verleende bedrag met maximaal 10% overstijgen.
5. Indien de kosten, bedoeld in het vierde lid, het door Onze Minister verleende bedrag met meer dan 10% overschrijden, kan de doorstroomgemeente een aanvullende aanvraag doen voor het gedeelte dat hoger is dan het voor transitiekosten verleende bedrag en de overschrijding van 10%, middels het daartoe door Onze Minister beschikbaar gestelde formulier. De afwijzingsgronden, genoemd in artikel 4, zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor activiteiten verricht voor 1 januari 2024 of na 31 december 2028.