BWBR0050903
Geldig vanaf 01-04-2025
Artikel 2.9
Reglement van de Koninklijke Bibliotheek 2024
1. Het Algemeen Bestuurscollege dient jaarlijks voor 15 maart bij Onze Minister een verslag en jaarrekening in. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. (Ontleend aan art. 18, lid 1 en art. 34 van de Kaderwet en art. 2.9, lid 6 van de WHW).
2. Het jaarverslag wordt aan beide kamers der Staten-Generaal toegezonden. (Ontleend aan art. 18, lid 2 van de Kaderwet).
3. Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. (Ontleend aan art. 2.9 van de WHW).
4. In een apart onderdeel van het jaarverslag wordt beleidsmatig en financieel verantwoording afgelegd over de taken als bedoeld in artikel 9 van de Wsob. (Ontleend aan art. 19, lid 3 van de Wsob).
5. In het jaarverslag doet de Koninklijke Bibliotheek verslag van hetgeen zij heeft gedaan teneinde de personen en instellingen die met de Koninklijke Bibliotheek in aanraking komen zorgvuldig te behandelen, zoals de zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften en klachten die zijn ontvangen en de wijze waarop de Regeling bezwarenprocedure KB en de Klachtregeling KB (Zie de Bijlagen 5a en 6 bij het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek) worden toegepast. Daarnaast wordt in het jaarverslag vermeld welke voorzieningen zijn getroffen waardoor personen en instellingen die met de Koninklijke Bibliotheek in aanraking komen in de gelegenheid zijn voorstellen tot verbeteringen van werkwijzen en procedures te doen. (Ontleend aan art. 19 van de Kaderwet).
2. Het jaarverslag wordt aan beide kamers der Staten-Generaal toegezonden. (Ontleend aan art. 18, lid 2 van de Kaderwet).
3. Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. (Ontleend aan art. 2.9 van de WHW).
4. In een apart onderdeel van het jaarverslag wordt beleidsmatig en financieel verantwoording afgelegd over de taken als bedoeld in artikel 9 van de Wsob. (Ontleend aan art. 19, lid 3 van de Wsob).
5. In het jaarverslag doet de Koninklijke Bibliotheek verslag van hetgeen zij heeft gedaan teneinde de personen en instellingen die met de Koninklijke Bibliotheek in aanraking komen zorgvuldig te behandelen, zoals de zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften en klachten die zijn ontvangen en de wijze waarop de Regeling bezwarenprocedure KB en de Klachtregeling KB (Zie de Bijlagen 5a en 6 bij het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek) worden toegepast. Daarnaast wordt in het jaarverslag vermeld welke voorzieningen zijn getroffen waardoor personen en instellingen die met de Koninklijke Bibliotheek in aanraking komen in de gelegenheid zijn voorstellen tot verbeteringen van werkwijzen en procedures te doen. (Ontleend aan art. 19 van de Kaderwet).
- Citeren als
- Art. 2.9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050903
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl