BWBR0050903
Geldig vanaf 01-04-2025
Artikel 2.4
Reglement van de Koninklijke Bibliotheek 2024
1. Een lid van het Algemeen Bestuurscollege vervult geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. (Ontleend aan art. 13, lid 1 van de Kaderwet).
2. Een lid van het Algemeen Bestuurscollege meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn functie aan Onze Minister. (Ontleend aan art. 13, lid 2 van de Kaderwet).
3. Nevenfuncties van een lid van het Algemeen Bestuurscollege anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Koninklijke Bibliotheek en bij Onze Minister. (Ontleend aan art. 13, lid 3 van de Kaderwet).
2. Een lid van het Algemeen Bestuurscollege meldt het voornemen tot het aanvaarden van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn functie aan Onze Minister. (Ontleend aan art. 13, lid 2 van de Kaderwet).
3. Nevenfuncties van een lid van het Algemeen Bestuurscollege anders dan uit hoofde van zijn functie worden openbaar gemaakt. Openbaarmaking geschiedt door het ter inzage leggen van een opgave van deze nevenfuncties bij de Koninklijke Bibliotheek en bij Onze Minister. (Ontleend aan art. 13, lid 3 van de Kaderwet).
- Citeren als
- Art. 2.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050903
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl