BWBR0050899
Geldig vanaf 2025-07-01
Artikel 18
Besluit gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten
1. Uiterlijk twee jaren na inwerkingtreding van de artikelen in de weten dit besluit en vervolgens eenmaal in de vier jaren, laat het casusoverleg de naleving van de wettelijke regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, controleren door middel van een audit overeenkomstig artikel 16 van de wet.
2. De audit wordt uitgevoerd door middel van een privacy audit. Hiertoe vindt een beoordeling plaats van de opzet en het bestaan van maatregelen en procedures die in de adequate uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, moeten voorzien, en van de werking van de getroffen maatregelen en procedures.
3. De auditor is onafhankelijk ten opzichte van de deelnemers van het casusoverleg en beschikt over deskundigheid en ervaring op het gebied van de werking van het casusoverleg en de toepasselijke wetgeving inzake gegevensverwerking.
4. De auditor zendt een afschrift van de controleresultaten van de privacy audits aan de rechtmatigheidsadviescommissie en de coördinerend functionaris voor gegevensbescherming voor het casusoverleg, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de audits worden verricht.
2. De audit wordt uitgevoerd door middel van een privacy audit. Hiertoe vindt een beoordeling plaats van de opzet en het bestaan van maatregelen en procedures die in de adequate uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, moeten voorzien, en van de werking van de getroffen maatregelen en procedures.
3. De auditor is onafhankelijk ten opzichte van de deelnemers van het casusoverleg en beschikt over deskundigheid en ervaring op het gebied van de werking van het casusoverleg en de toepasselijke wetgeving inzake gegevensverwerking.
4. De auditor zendt een afschrift van de controleresultaten van de privacy audits aan de rechtmatigheidsadviescommissie en de coördinerend functionaris voor gegevensbescherming voor het casusoverleg, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de audits worden verricht.