1. De rechtmatigheidsadviescommissie is landelijk werkzaam en kan ter uitoefening van haar taak, bedoeld in
artikel 15 van de wet, adviseren op verzoek van de deelnemers aan een casusoverleg of op eigen initiatief. De deelnemers aan een casusoverleg zorgen ervoor dat de rechtmatigheidsadviescommissie daartoe naar behoren vooraf wordt betrokken bij in ieder geval nieuwe verwerkingswijzen en wijzigingen daarvan.
2. De rechtmatigheidsadviescommissie adviseert, zonder voorafgaande toestemming, rechtstreeks en op bestuurlijk niveau aan de deelnemers van het casusoverleg.
3. Een uit te brengen advies wordt vastgesteld in overleg tussen de leden die zijn benoemd door de deelnemers die het advies aangaat dan wel met personen uit koepelorganisaties of brancheverenigingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, indien het advies de deelnemers aangaat die door de koepelorganisaties of brancheverenigingen worden vertegenwoordigd.
4. Een lid dat een standpunt heeft ingebracht dat afwijkt van het standpunt van de andere leden, kan over dat standpunt een afzonderlijke nota bij het advies voegen.
5. Een rechtmatigheidsadviescommissie kan haar werkwijze nader vaststellen in een reglement van orde.
6. Afwijking van een advies van de rechtmatigheidsadviescommissie door de deelnemers, bedoeld in het tweede lid, kan uitsluitend beargumenteerd plaatsvinden. De afwijking wordt door de deelnemers gedocumenteerd en gerapporteerd aan de rechtmatigheidsadviescommissie en de coördinerend functionaris voor gegevensbescherming voor het casusoverleg, bedoeld in
artikel 12, tweede lid, van de wet.