BWBR0050760
Geldig vanaf 2025-02-08
Artikel 4
Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025
1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2025 aan het bevoegd gezag van een school:
a) voor voortgezet onderwijs, met één of meer pro-vestigingen, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling; en
b) voor voortgezet onderwijs, met één of meer vestigingen (niet zijnde pro-vestigingen) opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
c) voor voortgezet onderwijs met één of meer vestigingen (niet zijnde pro-vestigingen) waar meer dan 20% van de leerlingen op teldatum 1 oktober 2023 bestond uit nieuwkomers die korter dan 1 jaar in Nederland verbleven, opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal leerlingen op 1 oktober 2024.
4. Het bedrag per leerling bedraagt € 1.104,35 voor pro-vestigingen en € 883,00 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs waaronder de vestigingen als bedoeld in lid 1, sub c.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in april 2025 vastgesteld.
6. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
7. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2025 gewijzigd vast op basis van het door de accountant gevalideerde aantal bekostigde leerlingen op 1 oktober 2024 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.
a) voor voortgezet onderwijs, met één of meer pro-vestigingen, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling; en
b) voor voortgezet onderwijs, met één of meer vestigingen (niet zijnde pro-vestigingen) opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling;
c) voor voortgezet onderwijs met één of meer vestigingen (niet zijnde pro-vestigingen) waar meer dan 20% van de leerlingen op teldatum 1 oktober 2023 bestond uit nieuwkomers die korter dan 1 jaar in Nederland verbleven, opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal leerlingen op 1 oktober 2024.
4. Het bedrag per leerling bedraagt € 1.104,35 voor pro-vestigingen en € 883,00 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs waaronder de vestigingen als bedoeld in lid 1, sub c.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in april 2025 vastgesteld.
6. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
7. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2025 gewijzigd vast op basis van het door de accountant gevalideerde aantal bekostigde leerlingen op 1 oktober 2024 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.