BWBR0050760
Geldig vanaf 2025-02-08
Artikel 3
Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025
1. De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2025 aan:
a. het bevoegd gezag van een basisschool met één of meer vestigingen, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling; en
b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met één of meer vestigingen, opgenomen in bijlage 1 van deze regeling.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen op 1 februari 2024.
4. Het bedrag per leerling bedraagt:
a. € 343,11 voor vestigingen van basisscholen, waarbij vestigingen met minder dan 150 leerlingen in aanvulling daarop een vaste voet ontvangen van € 11.311,91 met aftrek van € 75,41 per leerling;
b. € 687,94 voor vestigingen van speciale scholen voor basisonderwijs; en
c. € 1.442,77 voor vestigingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in april 2025 vastgesteld.
6. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
7. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2025 gewijzigd vast op basis van het aantal leerlingen dat op het moment van de berekening staat ingeschreven op de vestiging op 1 februari 2024 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.
a. het bevoegd gezag van een basisschool met één of meer vestigingen, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling; en
b. het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs met één of meer vestigingen, opgenomen in bijlage 1 van deze regeling.
2. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.
3. De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen op 1 februari 2024.
4. Het bedrag per leerling bedraagt:
a. € 343,11 voor vestigingen van basisscholen, waarbij vestigingen met minder dan 150 leerlingen in aanvulling daarop een vaste voet ontvangen van € 11.311,91 met aftrek van € 75,41 per leerling;
b. € 687,94 voor vestigingen van speciale scholen voor basisonderwijs; en
c. € 1.442,77 voor vestigingen van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs.
5. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in april 2025 vastgesteld.
6. De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.
7. De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2025 gewijzigd vast op basis van het aantal leerlingen dat op het moment van de berekening staat ingeschreven op de vestiging op 1 februari 2024 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.