BWBR0050726
Geldig vanaf 2025-02-01
Artikel 6
Beleidsregels grote rivieren 2025
1. Toestemming, als bedoeld in artikel 3, wordt alleen gegeven indien:
a. sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een veilig en doelmatig gebruik van de rivier gewaarborgd blijft;
b. feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier worden voorkomen;
c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier wordt voorkomen of zoveel mogelijk wordt beperkt; en
d. resterende onvermijdbare waterstandsverhoging wordt gecompenseerd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van toestemming als bedoeld in de artikelen 4en 5, aanhef en onderdelen a, b en c, met dien verstande dat resterende onvermijdbare waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd en de financiering en tijdige realisering van de compenserende maatregelen gezekerd zijn.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van toestemming als bedoeld in artikel 5, aanhef en onderdeel d, met dien verstande dat de vergunning zal worden verleend voor een bepaalde termijn en resterende onvermijdbare waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd en de financiering en tijdige realisering van de compenserende maatregelen gezekerd zijn.
a. sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een veilig en doelmatig gebruik van de rivier gewaarborgd blijft;
b. feitelijke belemmeringen voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier worden voorkomen;
c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat een waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen van de rivier wordt voorkomen of zoveel mogelijk wordt beperkt; en
d. resterende onvermijdbare waterstandsverhoging wordt gecompenseerd.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van toestemming als bedoeld in de artikelen 4en 5, aanhef en onderdelen a, b en c, met dien verstande dat resterende onvermijdbare waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd en de financiering en tijdige realisering van de compenserende maatregelen gezekerd zijn.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van toestemming als bedoeld in artikel 5, aanhef en onderdeel d, met dien verstande dat de vergunning zal worden verleend voor een bepaalde termijn en resterende onvermijdbare waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen wordt gecompenseerd en de financiering en tijdige realisering van de compenserende maatregelen gezekerd zijn.