BWBR0050716
Geldig vanaf 2025-01-30
Artikel 1
Boetebeleid RDI
In het kader van dit beleid wordt verstaan onder:
a. basisbedrag: het in artikel 3 vastgestelde basisbedrag voor overtredingen van bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën I, II, III, IV, V, VI en VII;
b. boetebandbreedte: de bandbreedte waarbinnen een bestuurlijke boete die is ingedeeld in een categorie wordt vastgesteld en die niet wordt overschreden;
c. netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen (artikel 2:377, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek);
d. omzetgerelateerde boete: boete op basis van een percentage van de netto-omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan het boetebesluit;
e. rechtspersoon: de personen bedoeld in titel 2.1 van het Burgerlijk Wetboek of een buitenlandse equivalent;
f. recidive: de omstandigheid dat binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.
a. basisbedrag: het in artikel 3 vastgestelde basisbedrag voor overtredingen van bepalingen die zijn ingedeeld in de categorieën I, II, III, IV, V, VI en VII;
b. boetebandbreedte: de bandbreedte waarbinnen een bestuurlijke boete die is ingedeeld in een categorie wordt vastgesteld en die niet wordt overschreden;
c. netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen (artikel 2:377, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek);
d. omzetgerelateerde boete: boete op basis van een percentage van de netto-omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan het boetebesluit;
e. rechtspersoon: de personen bedoeld in titel 2.1 van het Burgerlijk Wetboek of een buitenlandse equivalent;
f. recidive: de omstandigheid dat binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.