BWBR0050623
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 6.7
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2025
1. De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht zijn:
a. het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;
b. het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding tot september 2013 of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding vanaf maart 2021 met hoofdpraktijk strafrecht;
c. het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van acht opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht;
d. het meegelopen hebben van minimaal drie zittingen in een jeugdstrafzaak met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht ingeschreven advocaat; en
e. het meegelopen hebben van minimaal één zitting ter zake van een machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat.
2. Onder relevante beroepservaring bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders, bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.
3. Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding hebben afgerond en de onderdelen van de beroepsopleiding genoemd in het eerste lid onder b niet hebben afgerond moeten in plaats daarvan de in artikel 6.1, eerste lid onder a, 4° genoemde cursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving hebben gevolgd.
4. Advocaten die tegelijkertijd een verzoek tot inschrijving indienen voor de specialisaties jeugdstrafrecht én civiel jeugdrecht hebben in afwijking van het eerste lid onder c, d en e en in afwijking van het gestelde in artikel 6.40, eerste lid onder c, d en e in totaal tien opleidingspunten in de afgelopen drie jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht en tien opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald en hebben drie jeugdstrafzaken en drie machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting meegelopen.
5. De advocaat die al ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe bij inschrijving reeds acht opleidingspunten op het terrein van het civiel jeugdrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht heeft behaald, heeft in afwijking van het eerste lid onder c, in de afgelopen drie jaar twee opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht en zes opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht behaald.
6. De advocaat die al ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds één jeugdstrafzaak heeft meegelopen, heeft in afwijking van het eerste lid onder d, twee jeugdstrafzaken meegelopen.
7. Het eerste lid onder e is niet van toepassing voor de advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds drie machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting heeft meegelopen.
a. het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;
b. het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding tot september 2013 of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding vanaf maart 2021 met hoofdpraktijk strafrecht;
c. het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van acht opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht;
d. het meegelopen hebben van minimaal drie zittingen in een jeugdstrafzaak met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht ingeschreven advocaat; en
e. het meegelopen hebben van minimaal één zitting ter zake van een machtiging plaatsing gesloten jeugdinrichting met een andere reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat.
2. Onder relevante beroepservaring bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders, bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.
3. Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding hebben afgerond en de onderdelen van de beroepsopleiding genoemd in het eerste lid onder b niet hebben afgerond moeten in plaats daarvan de in artikel 6.1, eerste lid onder a, 4° genoemde cursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving hebben gevolgd.
4. Advocaten die tegelijkertijd een verzoek tot inschrijving indienen voor de specialisaties jeugdstrafrecht én civiel jeugdrecht hebben in afwijking van het eerste lid onder c, d en e en in afwijking van het gestelde in artikel 6.40, eerste lid onder c, d en e in totaal tien opleidingspunten in de afgelopen drie jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht en tien opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht behaald en hebben drie jeugdstrafzaken en drie machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting meegelopen.
5. De advocaat die al ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe bij inschrijving reeds acht opleidingspunten op het terrein van het civiel jeugdrecht en vier opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht heeft behaald, heeft in afwijking van het eerste lid onder c, in de afgelopen drie jaar twee opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht en zes opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht behaald.
6. De advocaat die al ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds één jeugdstrafzaak heeft meegelopen, heeft in afwijking van het eerste lid onder d, twee jeugdstrafzaken meegelopen.
7. Het eerste lid onder e is niet van toepassing voor de advocaat die reeds ingeschreven staat voor de specialisatie civiel jeugdrecht en daartoe reeds drie machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting heeft meegelopen.
- Citeren als
- Art. 6.7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050623
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl