BWBR0050623
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 6.41
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2025
1. De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht zijn:
a. het behandelen van tenminste zes toegevoegde machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichtingen per jaar;
b. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee; en
c. indien de advocaat reeds drie jaar voor deze specialisatie staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting.
2. Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.
3. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.
a. het behandelen van tenminste zes toegevoegde machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichtingen per jaar;
b. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee; en
c. indien de advocaat reeds drie jaar voor deze specialisatie staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van machtigingen plaatsing gesloten jeugdinrichting.
2. Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.
3. De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.
- Citeren als
- Art. 6.41
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050623
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl