BWBR0050584
Geldig vanaf 2024-12-31
Artikel 8
Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024
1. Een kwalificerende binnenlandse bijheffing van een staat voldoet aan de consistentiestandaard, bedoeld in artikel 8.13, eerste lid, onderdeel b, van de wet, indien, met inachtneming van de vereiste afwijkingen die betrekking hebben op de berekening van een kwalificerende binnenlandse bijheffing:
a. de berekening van deze bijheffing leidt tot dezelfde uitkomst als de uitkomst bij toepassing van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel of een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel;
b. een staat voor de toepassing van een kwalificerende binnenlandse bijheffing: 1°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.3 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert;
2°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.7 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; of
3°. een belastingtarief hanteert dat hoger is dan het minimumbelastingtarief.
1°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.3 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert;
2°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.7 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; of
3°. een belastingtarief hanteert dat hoger is dan het minimumbelastingtarief.
2. Artikel 8.13 van de wetis niet van toepassing op:
a. de groepsentiteiten van een multinationale groep in een staat, indien een of meer van deze groepsentiteiten: 1°. een doorkijkentiteit is die een uiteindelijkemoederentiteit is en niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing;
2°. een doorkijkentiteit is die onderworpen is aan een inkomen-inclusiebijheffing en niet aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; of
3°. een entiteit is ten aanzien waarvan zonder enige beperking een kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt verminderd op grond van een met artikel 14.2 van de wet vergelijkbare regeling voor multinationale groepen in de aanvangsfase;
1°. een doorkijkentiteit is die een uiteindelijkemoederentiteit is en niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing;
2°. een doorkijkentiteit is die onderworpen is aan een inkomen-inclusiebijheffing en niet aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; of
3°. een entiteit is ten aanzien waarvan zonder enige beperking een kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt verminderd op grond van een met artikel 14.2 van de wet vergelijkbare regeling voor multinationale groepen in de aanvangsfase;
b. beleggingsentiteiten in een staat die in vergelijkbare omstandigheden voor de toepassing van de wet onder de reikwijdte van artikel 10.4, 10.5 of 10.6 van de wet zouden vallen en die niet zijn onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in die staat;
c. een joint venture of een joint venture-groep in een staat ten aanzien waarvan de kwalificerende binnenlandse bijheffing niet wordt geheven bij de joint venture of de leden van de joint venture-groep in die staat; of
d. een staatloze doorkijkentiteit die niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in de staat waarin zij is opgericht.
3. Niettegenstaande het tweede lid wordt voor de toepassing van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veilige haven geacht te zijn voldaan aan de consistentiestandaard indien een staat een kwalificerende binnenlandse bijheffing kent en zich een van de omstandigheden bedoeld in onderdeel a tot en met d voordoet.
a. de berekening van deze bijheffing leidt tot dezelfde uitkomst als de uitkomst bij toepassing van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel of een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel;
b. een staat voor de toepassing van een kwalificerende binnenlandse bijheffing: 1°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.3 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert;
2°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.7 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; of
3°. een belastingtarief hanteert dat hoger is dan het minimumbelastingtarief.
1°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.3 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert;
2°. geen of een beperktere variant van een met artikel 8.7 van de wet vergelijkbare bepaling hanteert; of
3°. een belastingtarief hanteert dat hoger is dan het minimumbelastingtarief.
2. Artikel 8.13 van de wetis niet van toepassing op:
a. de groepsentiteiten van een multinationale groep in een staat, indien een of meer van deze groepsentiteiten: 1°. een doorkijkentiteit is die een uiteindelijkemoederentiteit is en niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing;
2°. een doorkijkentiteit is die onderworpen is aan een inkomen-inclusiebijheffing en niet aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; of
3°. een entiteit is ten aanzien waarvan zonder enige beperking een kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt verminderd op grond van een met artikel 14.2 van de wet vergelijkbare regeling voor multinationale groepen in de aanvangsfase;
1°. een doorkijkentiteit is die een uiteindelijkemoederentiteit is en niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing;
2°. een doorkijkentiteit is die onderworpen is aan een inkomen-inclusiebijheffing en niet aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing; of
3°. een entiteit is ten aanzien waarvan zonder enige beperking een kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt verminderd op grond van een met artikel 14.2 van de wet vergelijkbare regeling voor multinationale groepen in de aanvangsfase;
b. beleggingsentiteiten in een staat die in vergelijkbare omstandigheden voor de toepassing van de wet onder de reikwijdte van artikel 10.4, 10.5 of 10.6 van de wet zouden vallen en die niet zijn onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in die staat;
c. een joint venture of een joint venture-groep in een staat ten aanzien waarvan de kwalificerende binnenlandse bijheffing niet wordt geheven bij de joint venture of de leden van de joint venture-groep in die staat; of
d. een staatloze doorkijkentiteit die niet is onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing in de staat waarin zij is opgericht.
3. Niettegenstaande het tweede lid wordt voor de toepassing van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veilige haven geacht te zijn voldaan aan de consistentiestandaard indien een staat een kwalificerende binnenlandse bijheffing kent en zich een van de omstandigheden bedoeld in onderdeel a tot en met d voordoet.