BWBR0050532
Geldig vanaf 01-01-2025
Artikel 1
Beleidsregel tariefopbouw prestaties in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg
– Acute psychiatrische hulpverlening: hulpverlening die deel uitmaakt van de geneeskundige ggz en welke gericht is op personen in een crisissituatie waarvan het vermoeden bestaat dat zij een acute psychiatrische stoornis hebben. De zorg wordt geleverd conform de generieke module acute psychiatrie.
– Consult: Direct, ononderbroken en zorginhoudelijk contact tussen zorgverlener en (forensische) patiënt of naasten van de patiënt.
– Forensische zorg: Zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg.
– Geneeskundige ggz: geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.
– Kostprijs: kosten per eenheid van een kostendrager, doorgaans uitgedrukt als de kosten per behandelaar per (behandel)uur.
– Nhc: De normatieve huisvestingscomponent (nhc) is een productie gebonden normatieve vergoeding voor (vervangende) (nieuw)bouw en instandhouding.
– Nic: De normatieve inventariscomponent (nic) is een productie gebonden normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris.
– NZa: Nederlandse Zorgautoriteit, als genoemd in artikel 3 van de Wmg.
– Prestatie: De prestatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel j van de Wmg.
– Productprijs: De productprijs per prestatie wordt in beginsel berekend door de inzet van behandelaren (tijd) te vermenigvuldigen met de kostprijzen van behandelaren (kosten per tijdseenheid).
– Reistijd: De tijd die de zorgverlener, in het kader van een consult, werkelijk besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de zorgaanbieder behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt.
– Setting: Het onderscheid tussen vormen van zorg op basis van benodigde infrastructuur en inzet van verschillende disciplines.
– Stratum: Indeling voor groepen van zorgaanbieders in de ggz (instellingen, vrijgevestigden, ziekenhuizen) of in de fz (tbs-klinieken, Rijksinstellingen, overige forensische zorgaanbieders).
– Tarief: Prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of geheel van prestaties van een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 sub k van de Wmg.
– Verblijfsdag: Dag en daaropvolgende nacht dat een patiënt gedurende een periode van klinische opname in een instelling verblijft. De eerste verblijfsdag is de dag dat de patiënt voor 20:00u is opgenomen. In het tarief van de verblijfprestaties is wel de verpleging, verzorging, vaktherapie en dagbesteding meegenomen, maar niet de overige behandeling.
– Zorgaanbieder: Zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wmg.
– Zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in de Zvw of de Minister van Justitie en Veiligheid als bedoeld in artikel 1, lid 3 van de Wmg voor zover het de inkoop van forensische zorg betreft.
– Consult: Direct, ononderbroken en zorginhoudelijk contact tussen zorgverlener en (forensische) patiënt of naasten van de patiënt.
– Forensische zorg: Zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg.
– Geneeskundige ggz: geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.
– Kostprijs: kosten per eenheid van een kostendrager, doorgaans uitgedrukt als de kosten per behandelaar per (behandel)uur.
– Nhc: De normatieve huisvestingscomponent (nhc) is een productie gebonden normatieve vergoeding voor (vervangende) (nieuw)bouw en instandhouding.
– Nic: De normatieve inventariscomponent (nic) is een productie gebonden normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris.
– NZa: Nederlandse Zorgautoriteit, als genoemd in artikel 3 van de Wmg.
– Prestatie: De prestatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel j van de Wmg.
– Productprijs: De productprijs per prestatie wordt in beginsel berekend door de inzet van behandelaren (tijd) te vermenigvuldigen met de kostprijzen van behandelaren (kosten per tijdseenheid).
– Reistijd: De tijd die de zorgverlener, in het kader van een consult, werkelijk besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de zorgaanbieder behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt.
– Setting: Het onderscheid tussen vormen van zorg op basis van benodigde infrastructuur en inzet van verschillende disciplines.
– Stratum: Indeling voor groepen van zorgaanbieders in de ggz (instellingen, vrijgevestigden, ziekenhuizen) of in de fz (tbs-klinieken, Rijksinstellingen, overige forensische zorgaanbieders).
– Tarief: Prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of geheel van prestaties van een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 sub k van de Wmg.
– Verblijfsdag: Dag en daaropvolgende nacht dat een patiënt gedurende een periode van klinische opname in een instelling verblijft. De eerste verblijfsdag is de dag dat de patiënt voor 20:00u is opgenomen. In het tarief van de verblijfprestaties is wel de verpleging, verzorging, vaktherapie en dagbesteding meegenomen, maar niet de overige behandeling.
– Zorgaanbieder: Zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wmg.
– Zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in de Zvw of de Minister van Justitie en Veiligheid als bedoeld in artikel 1, lid 3 van de Wmg voor zover het de inkoop van forensische zorg betreft.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050532
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl