BWBR0050481
Geldig vanaf 2024-11-30
Artikel 8
Regeling specifieke uitkering flexibele inzet ondersteuning woningbouw (derde tranche)
1. Gedeputeerde staten leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de gedeputeerde staten, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister hebben verstrekt.
3. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten.
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de gedeputeerde staten, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de minister hebben verstrekt.
3. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan gedeputeerde staten.