Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
aandachtsgroepen: vergunninghouders, arbeidsmigranten, dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale zorginstelling, uitwonende studenten, woonwagenbewoners en ouderen.
betaalbare woning: 1° sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
2° huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; of
3° betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 3, eerste volzin van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
1° sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
2° huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; of
3° betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 3, eerste volzin van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
aandachtsgroepen: vergunninghouders, arbeidsmigranten, dak- en thuisloze mensen, mensen met sociale of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale zorginstelling, uitwonende studenten, woonwagenbewoners en ouderen.
betaalbare woning: 1° sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
2° huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; of
3° betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 3, eerste volzin van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
1° sociale huurwoning: huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
2° huurwoning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; of
3° betaalbare koopwoning: koopwoning met een koopprijs van ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 3, eerste volzin van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
minister: Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.