BWBR0050458
Geldig vanaf 2024-11-27
Artikel 1.15
Subsidieregeling Techkwadraat 2025–2028
1. Het subsidiebedrag per aanvraag als bedoeld in de artikel 1.3, eerste liden artikel 1.9, bestaat uit:
a. een vast bedrag per vestiging; en
b. een bedrag per leerling, met uitzondering van leerlingen in het praktijkonderwijs en het derde of vierde leerjaar van het vbo en de gemengde leerweg;
2. Het bedrag per vestiging wordt berekend door het aantal vestigingen als bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, dat deelneemt aan de Techkwadraatregio te vermenigvuldigen met:
a. € 8.500 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a; of
b. € 8.500 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b, of artikel 1.9;
3. Het bedrag per leerling wordt berekend door het aantal leerlingen, dat op de peildatum bedoeld in het vijfde lid stond ingeschreven op de vestigingen, bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, die deelnemen aan de Techkwadraatregio te vermenigvuldigen met:
a. € 45 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a; of
b. € 45 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b, of artikel 1.9.
4. Het subsidiebedrag per aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, wordt berekend door de bedragen uit het tweede en derde lid bij elkaar op te tellen.
5. Het bedrag in het derde lid wordt berekend op basis van het aantal leerlingen ingeschreven op de vestigingen die deelnemen aan de Techkwadraatregio op basis van de voorlopige telling, zoals geregistreerd bij DUO. Voor vestigingen van po-scholen wordt 1 februari 2024 als peildatum gehanteerd, en voor vestigingen van vo-scholen wordt 1 oktober 2023 als peildatum gehanteerd.
6. Het aanvullende subsidiebedrag als bedoeld in artikel 1.9wordt berekend door de bedragen uit het tweede en derde lid bij elkaar op te tellen voor de vestigingen waarmee de Techkwadraatregio is uitgebreid.
a. een vast bedrag per vestiging; en
b. een bedrag per leerling, met uitzondering van leerlingen in het praktijkonderwijs en het derde of vierde leerjaar van het vbo en de gemengde leerweg;
2. Het bedrag per vestiging wordt berekend door het aantal vestigingen als bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, dat deelneemt aan de Techkwadraatregio te vermenigvuldigen met:
a. € 8.500 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a; of
b. € 8.500 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b, of artikel 1.9;
3. Het bedrag per leerling wordt berekend door het aantal leerlingen, dat op de peildatum bedoeld in het vijfde lid stond ingeschreven op de vestigingen, bedoeld in artikel 1.6, tweede lid, onderdeel c, die deelnemen aan de Techkwadraatregio te vermenigvuldigen met:
a. € 45 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a; of
b. € 45 in het geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b, of artikel 1.9.
4. Het subsidiebedrag per aanvraag als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, wordt berekend door de bedragen uit het tweede en derde lid bij elkaar op te tellen.
5. Het bedrag in het derde lid wordt berekend op basis van het aantal leerlingen ingeschreven op de vestigingen die deelnemen aan de Techkwadraatregio op basis van de voorlopige telling, zoals geregistreerd bij DUO. Voor vestigingen van po-scholen wordt 1 februari 2024 als peildatum gehanteerd, en voor vestigingen van vo-scholen wordt 1 oktober 2023 als peildatum gehanteerd.
6. Het aanvullende subsidiebedrag als bedoeld in artikel 1.9wordt berekend door de bedragen uit het tweede en derde lid bij elkaar op te tellen voor de vestigingen waarmee de Techkwadraatregio is uitgebreid.