BWBR0050437
Geldig vanaf 2025-11-04
Artikel 4
Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee
1. De ontvanger van de specifieke uitkering draagt verantwoordelijkheid voor de besteding van de middelen overeenkomstig deze regeling en legt twee keer per jaar hierover verantwoording af met gebruikmaking van een middel dat door de Minister beschikbaar wordt gesteld.
2. De regio wendt de specifieke uitkering zodanig aan dat geen sprake is van ongeoorloofde verlening van staatssteun.
3. De regio beantwoordt aan de artikelen 9, 17, tweede lid, 22, eerste, tweede en derde lid, en 34, eerste lid, van Verordening (EU) 2021/241van het Europees parlement en de raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PBEU L 57/17) zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/435van het Europees parlement en de Raad van 27 februari 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/241wat betreft REPowerEU-hoofdstukken in herstel- en veerkrachtplannen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013, (EU) 2021/1060en (EU) 2021/1755en Richtlijn 2003/87/EG(PbEU L 2023, nr. 63).
4. De regio beantwoordt aan Verordening (EU) 2020/852van het Europees parlement en de raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088(PbEU L 198/13).
5. De regio draagt er zorg voor dat indien dit bij of krachtens paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswetverplicht is voor acties een milieueffectrapportage wordt opgesteld.
6. In de beschikking tot verstrekking van de specifieke uitkering kunnen nadere voorwaarden en verplichtingen voor de regio worden opgenomen.
7. Voor specifieke uitkeringen die zijn verstrekt op grond van artikel 2a, eerste lid, is het derde lid uitsluitend van toepassing op de regio’s Zeeland, Maasvlakte en Noordzeekanaalgebied en op de regio PAWOZ-Eemshaven voor activiteiten voor de bestrijding van verzilting.
2. De regio wendt de specifieke uitkering zodanig aan dat geen sprake is van ongeoorloofde verlening van staatssteun.
3. De regio beantwoordt aan de artikelen 9, 17, tweede lid, 22, eerste, tweede en derde lid, en 34, eerste lid, van Verordening (EU) 2021/241van het Europees parlement en de raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PBEU L 57/17) zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/435van het Europees parlement en de Raad van 27 februari 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/241wat betreft REPowerEU-hoofdstukken in herstel- en veerkrachtplannen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013, (EU) 2021/1060en (EU) 2021/1755en Richtlijn 2003/87/EG(PbEU L 2023, nr. 63).
4. De regio beantwoordt aan Verordening (EU) 2020/852van het Europees parlement en de raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088(PbEU L 198/13).
5. De regio draagt er zorg voor dat indien dit bij of krachtens paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswetverplicht is voor acties een milieueffectrapportage wordt opgesteld.
6. In de beschikking tot verstrekking van de specifieke uitkering kunnen nadere voorwaarden en verplichtingen voor de regio worden opgenomen.
7. Voor specifieke uitkeringen die zijn verstrekt op grond van artikel 2a, eerste lid, is het derde lid uitsluitend van toepassing op de regio’s Zeeland, Maasvlakte en Noordzeekanaalgebied en op de regio PAWOZ-Eemshaven voor activiteiten voor de bestrijding van verzilting.