BWBR0050437
Geldig vanaf 2025-11-04
Artikel 2a
Regeling specifieke uitkeringen gebiedsinvesteringen Net op Zee
1. De Minister kan overeenkomstig een administratieve overeenkomst inzake gebiedsinvesteringen Net op Zee met elk van de onderscheiden regio’s een specifieke uitkering verstrekken aan:
a. de provincie Zeeland voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee Zeeland van de regio Zeeland;
b. de gemeente Rotterdam voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee Maasvlakte van de regio Maasvlakte;
c. de provincie Noord-Holland voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee Noordzeekanaalgebied van de regio Noordzeekanaalgebied;
d. de provincie Groningen voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee van de regio PAWOZ-Eemshaven;
e. de provincie Noord-Brabant voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee van de regio Net op Zee Nederwiek 3.
2. De Minister kan overeenkomstig een bestuursakkoord inzake een regiopakket met elk van de onderscheiden regio’s een specifieke uitkering verstrekken aan:
a. de provincie Zeeland voor de uitvoering van acties voor de bestrijding van verzilting in de regio Zeeland;
b. de provincie Groningen voor de uitvoering van acties voor natuurversterking en de bestrijding van verzilting in de regio PAWOZ-Eemshaven.
3. Indien de middelen worden besteed via een fonds, bedraagt het gedeelte dat via het fonds wordt besteed ten hoogste 20% per specifieke uitkering.
4. De specifieke uitkering wordt verstrekt voor acties die zijn opgenomen in het definitieve regioplan. De acties in dat plan zijn niet aangegaan voor 1 februari 2020 en zijn uiterlijk vastgelegd op:
a. 31 maart 2026, voor de regio’s Zeeland, Maasvlakte en Noordzeekanaalgebied;
b. 31 december 2026, voor de regio’s PAWOZ-Eemshaven en Net op Zee Nederwiek 3.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd.
6. De uitvoeringsperiode is:
a. 2024 tot en met 2030 voor de regio’s Zeeland en Maasvlakte;
b. 2024 tot en met 2034 voor de regio Net op Zee Nederwiek 3;
c. 2024 tot en met 2037 voor de regio’s Noordzeekanaalgebied en PAWOZ-Eemshaven.
a. de provincie Zeeland voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee Zeeland van de regio Zeeland;
b. de gemeente Rotterdam voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee Maasvlakte van de regio Maasvlakte;
c. de provincie Noord-Holland voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee Noordzeekanaalgebied van de regio Noordzeekanaalgebied;
d. de provincie Groningen voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee van de regio PAWOZ-Eemshaven;
e. de provincie Noord-Brabant voor de uitvoering van acties uit het vastgestelde regioplan gebiedsinvesteringen Net op Zee van de regio Net op Zee Nederwiek 3.
2. De Minister kan overeenkomstig een bestuursakkoord inzake een regiopakket met elk van de onderscheiden regio’s een specifieke uitkering verstrekken aan:
a. de provincie Zeeland voor de uitvoering van acties voor de bestrijding van verzilting in de regio Zeeland;
b. de provincie Groningen voor de uitvoering van acties voor natuurversterking en de bestrijding van verzilting in de regio PAWOZ-Eemshaven.
3. Indien de middelen worden besteed via een fonds, bedraagt het gedeelte dat via het fonds wordt besteed ten hoogste 20% per specifieke uitkering.
4. De specifieke uitkering wordt verstrekt voor acties die zijn opgenomen in het definitieve regioplan. De acties in dat plan zijn niet aangegaan voor 1 februari 2020 en zijn uiterlijk vastgelegd op:
a. 31 maart 2026, voor de regio’s Zeeland, Maasvlakte en Noordzeekanaalgebied;
b. 31 december 2026, voor de regio’s PAWOZ-Eemshaven en Net op Zee Nederwiek 3.
5. De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd.
6. De uitvoeringsperiode is:
a. 2024 tot en met 2030 voor de regio’s Zeeland en Maasvlakte;
b. 2024 tot en met 2034 voor de regio Net op Zee Nederwiek 3;
c. 2024 tot en met 2037 voor de regio’s Noordzeekanaalgebied en PAWOZ-Eemshaven.