BWBR0050320
Geldig vanaf 2024-12-01
Artikel 4
Aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg inzake het bekostigingsexperiment fysio- en oefentherapie bij COPD
1. Doel van het experiment is om door middel van prestatiebeschrijvingen met zorgbundels per patiënt te onderzoeken of bundelbekostiging leidt tot meer passende zorg in termen van betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit.
2. De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2025 prestatiebeschrijvingen met een vrij tarief vast voor de in artikel 2bedoelde zorg.
3. De zorgautoriteit voorziet met ingang van 1 januari 2025 waar nodig in regelgeving ter uitvoering van deze aanwijzing.
4. Op grond van dit experiment krijgt een zorgaanbieder de mogelijkheid om op basis van een overeenkomst met de zorgverzekeraar af te wijken van de reguliere prestaties.
5. De zorgautoriteit neemt bij de vaststelling van het experiment als bedoeld in artikel 3de volgende uitgangspunten in acht:
a) Prestatiebeschrijvingen zijn passend bij het doel van het experiment.
b) De opzet van het experiment levert voldoende (uitkomst)informatie op om te evalueren of de doelen worden behaald.
c) Vanwege het experiment wordt voorzien in nadere regels en voorwaarden die de evaluatie mogelijk maken.
d) Iedere zorgaanbieder die voldoet aan de voorwaarden, moet gedurende de looptijd van het experiment kunnen starten met het experiment.
e) Het experiment kan bruikbare lessen opleveren voor de bekostiging in de brede eerstelijns fysio- en oefentherapeutische zorg.
f) Het experiment is uitvoerbaar en handhaafbaar ten aanzien van gesignaleerde risico’s.
g) De administratieve lasten die de implementatie en uitvoering van het experiment met zich brengen, blijven zo beperkt mogelijk.
6. De zorgautoriteit informeert de staatssecretaris onmiddellijk indien zij het niet langer verantwoord vindt het experiment voort te zetten. De zorgautoriteit zal het experiment stopzetten op verzoek van de staatssecretaris, indien de staatssecretaris op basis van signalen uit de tussentijdse monitoring daartoe aanleiding ziet.
2. De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2025 prestatiebeschrijvingen met een vrij tarief vast voor de in artikel 2bedoelde zorg.
3. De zorgautoriteit voorziet met ingang van 1 januari 2025 waar nodig in regelgeving ter uitvoering van deze aanwijzing.
4. Op grond van dit experiment krijgt een zorgaanbieder de mogelijkheid om op basis van een overeenkomst met de zorgverzekeraar af te wijken van de reguliere prestaties.
5. De zorgautoriteit neemt bij de vaststelling van het experiment als bedoeld in artikel 3de volgende uitgangspunten in acht:
a) Prestatiebeschrijvingen zijn passend bij het doel van het experiment.
b) De opzet van het experiment levert voldoende (uitkomst)informatie op om te evalueren of de doelen worden behaald.
c) Vanwege het experiment wordt voorzien in nadere regels en voorwaarden die de evaluatie mogelijk maken.
d) Iedere zorgaanbieder die voldoet aan de voorwaarden, moet gedurende de looptijd van het experiment kunnen starten met het experiment.
e) Het experiment kan bruikbare lessen opleveren voor de bekostiging in de brede eerstelijns fysio- en oefentherapeutische zorg.
f) Het experiment is uitvoerbaar en handhaafbaar ten aanzien van gesignaleerde risico’s.
g) De administratieve lasten die de implementatie en uitvoering van het experiment met zich brengen, blijven zo beperkt mogelijk.
6. De zorgautoriteit informeert de staatssecretaris onmiddellijk indien zij het niet langer verantwoord vindt het experiment voort te zetten. De zorgautoriteit zal het experiment stopzetten op verzoek van de staatssecretaris, indien de staatssecretaris op basis van signalen uit de tussentijdse monitoring daartoe aanleiding ziet.