BWBR0050288
Geldig vanaf 15-10-2024
Artikel 2
Verordening op de bedrijfscommissies 2024
1. De leden en de plaatsvervangende leden van een bedrijfscommissie worden benoemd voor een zittingsperiode van vier jaar. Zij treden tegelijk af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd.
2. Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de Raad.
3. Degene die tot lid of tot plaatsvervangend lid van een bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Ten minste zes maanden voor het begin van iedere zittingsperiode wint de Raad het advies in van de bedrijfscommissie over de vraag of er grond bestaat voor een wijziging in de benoemingsgerechtigde organisaties dan wel in het aantal leden dat elke aangewezen organisatie kan benoemen.
2. Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de Raad.
3. Degene die tot lid of tot plaatsvervangend lid van een bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene, in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
4. Ten minste zes maanden voor het begin van iedere zittingsperiode wint de Raad het advies in van de bedrijfscommissie over de vraag of er grond bestaat voor een wijziging in de benoemingsgerechtigde organisaties dan wel in het aantal leden dat elke aangewezen organisatie kan benoemen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0050288
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl