... 1 Na ontvangst van een verzoek om bemiddeling als bedoeld in artikel 14 gaat de bedrijfscommissie na of zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen en of het verzoek voldoende is omschreven, gemotiveerd en gedocumenteerd. 2 De bedrijfscommissie zendt een verzoek als bedoeld in het eerste lid, tot behandeling waarvan kennelijk een andere bedrijfscommissie bevoegd is, onverwijld door naar die commissie, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de verzoeker. 3 Verklaart de bedrijfscommissie zich onbevoegd op een andere grond dan in het tweede lid bedoeld, of verklaart zij de verzoeker niet ontvankelijk, dan geeft zij daarvan onverwijld een gemotiveerde mededeling aan de verzoeker. 4 Acht de bedrijfscommissie een verzoek onvoldoende omschreven, gemotiveerd of gedocumenteerd, dan bericht zij aan verzoeker op welke punten en met welke documenten deze zijn verzoek dient aan te vullen. Zij stelt daarbij aan de verzoeker een termijn. Een verzoek om bemiddeling is in ieder geval onvoldoende gemotiveerd, wanneer de verzoeker daarin niet zijn zienswijze weergeeft op hetgeen blijkens de door hem overgelegde documenten zijn wederpartij in het geschil schriftelijk heeft aangevoerd. 5 De bedrijfscommissie brengt het schriftelijke verslag van haar bevindingen als bedoeld in artikel 14, zevende lid , uit binnen twee maanden nadat haar bemiddeling is gevraagd. 6 De bedrijfscommissie kan de termijn van twee maanden, bedoeld in het vijfde lid, met instemming van beide partijen voor ten hoogste twee maanden verlengen. 7 De termijn van twee maanden, bedoeld in het vijfde lid, begint op de dag waarop het verzoek door de bedrijfscommissie is ontvangen, maar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de bedrijfscommissie de verzoeker uitnodigt het verzoek aan te vullen, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 8 Acht de bedrijfscommissie zich bevoegd en acht zij het verzoek voldoende omschreven, gemotiveerd en gedocumenteerd, dan doet zij daarvan mededeling aan de verzoeker en diens wederpartij, en informeert hen daarbij over de procedure en de vermoedelijke duur daarvan, alsmede de aanvang van de termijn, bedoeld in het zevende lid, en de eventuele opschorting daarvan. 9 Onverminderd het zesde lid verlengt de bedrijfscommissie de termijn in elk geval als een van de partijen hierom verzoekt en de andere partij daarmee instemt. 10 Als de bedrijfscommissie er niet in slaagt het schriftelijk verslag binnen de in het vijfde tot en met negende lid bepaalde uiterste termijn uit te brengen, stelt zij beide partijen daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.