BWBR0050232
Geldig vanaf 2024-09-27
Artikel 4
Besluit erkend stelsel en uitvoering, mandaat en machtiging
1. De minister houdt een openbaar register bij van de beoordelingsrichtlijnen binnen het stelsel, die voldoen aan artikel 3, eerste lid.
2. De minister houdt een openbaar register bij van de aangewezen instituten en van de erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in artikel 2.15 van het besluit, die voldoen aan artikel 3, tweede lid.
3. Bij zwaarwegende signalen omtrent de betrouwbaarheid van een kwaliteitsverklaring van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde criteria, kan de minister een onderzoek gelasten en de publicatie van die kwaliteitsverklaring voor een periode van maximaal twee maanden opschorten.
4. Voor het goed functioneren van het stelsel van kwaliteitsverklaringen licht de minister het betreffende aangewezen instituut en de Raad voor Accreditatie in over de zwaarwegende signalen, het onderzoek en over de opschorting van de publicatie als bedoeld in het derde lid.
5. Binnen de in het derde lid bepaalde termijn meldt het aangewezen instituut aan de minister en de Raad voor Accreditatie de uitkomst van het nader onderzoek, als bedoeld in het derde lid.
6. De minister besluit na de uitkomst van het nader onderzoek als bedoeld in het derde lid of de erkenning van de kwaliteitsverklaring wordt ingetrokken en of de publicatie van de kwaliteitsverklaring wordt doorgehaald.
2. De minister houdt een openbaar register bij van de aangewezen instituten en van de erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in artikel 2.15 van het besluit, die voldoen aan artikel 3, tweede lid.
3. Bij zwaarwegende signalen omtrent de betrouwbaarheid van een kwaliteitsverklaring van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde criteria, kan de minister een onderzoek gelasten en de publicatie van die kwaliteitsverklaring voor een periode van maximaal twee maanden opschorten.
4. Voor het goed functioneren van het stelsel van kwaliteitsverklaringen licht de minister het betreffende aangewezen instituut en de Raad voor Accreditatie in over de zwaarwegende signalen, het onderzoek en over de opschorting van de publicatie als bedoeld in het derde lid.
5. Binnen de in het derde lid bepaalde termijn meldt het aangewezen instituut aan de minister en de Raad voor Accreditatie de uitkomst van het nader onderzoek, als bedoeld in het derde lid.
6. De minister besluit na de uitkomst van het nader onderzoek als bedoeld in het derde lid of de erkenning van de kwaliteitsverklaring wordt ingetrokken en of de publicatie van de kwaliteitsverklaring wordt doorgehaald.