BWBR0050232
Geldig vanaf 2024-09-27
Artikel 3
Besluit erkend stelsel en uitvoering, mandaat en machtiging
1. De minister kan op een aanvraag van een schemabeheerder een beoordelingsrichtlijn aanwijzen die:
a. voldoet aan de technische regels uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid en de voorschriften inzake het gebruik die bij of krachtens het besluit zijn gesteld;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. aansluit bij reeds tot het erkend stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijnen; en
d. voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingskader, bedoeld in het vijfde lid.
2. De minister toetst een door een aangewezen instituut afgegeven kwaliteitsverklaring en erkent dat die:
a. aansluit op een al tot het stelsel aangewezen beoordelingsrichtlijn;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. een uniek nummer heeft dat is afgegeven door een aangewezen instituut;
d. de door de aangewezen instelling afgegeven verklaring aan één rechtspersoon is toegewezen onder de voorwaarde dat deze verklaring niet overdraagbaar is; en
e. voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingskader, bedoeld in het zesde lid.
3. De minister kan een aanwijzing van een beoordelingsrichtlijn schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
4. De minister kan een erkenning van een afgegeven kwaliteitsverklaring schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
5. De minister kan het aanwijzen van een instituut schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het artikel 2, eerste lid.
6. Voor de uitvoering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2en het eerste en tweede lid van artikel 3, maakt de minister gebruik van een aanwijzingskader dat bekend is gemaakt op www.officielebekendmakingen.nlen op de website van de toelatingsorganisatie is gepubliceerd.
a. voldoet aan de technische regels uit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en duurzaamheid en de voorschriften inzake het gebruik die bij of krachtens het besluit zijn gesteld;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. aansluit bij reeds tot het erkend stelsel toegelaten beoordelingsrichtlijnen; en
d. voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingskader, bedoeld in het vijfde lid.
2. De minister toetst een door een aangewezen instituut afgegeven kwaliteitsverklaring en erkent dat die:
a. aansluit op een al tot het stelsel aangewezen beoordelingsrichtlijn;
b. niet strijdig is met artikel 8, derde lid, van de verordening bouwproducten;
c. een uniek nummer heeft dat is afgegeven door een aangewezen instituut;
d. de door de aangewezen instelling afgegeven verklaring aan één rechtspersoon is toegewezen onder de voorwaarde dat deze verklaring niet overdraagbaar is; en
e. voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingskader, bedoeld in het zesde lid.
3. De minister kan een aanwijzing van een beoordelingsrichtlijn schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
4. De minister kan een erkenning van een afgegeven kwaliteitsverklaring schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
5. De minister kan het aanwijzen van een instituut schorsen of intrekken als deze niet meer voldoet aan het bepaalde in het artikel 2, eerste lid.
6. Voor de uitvoering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 2en het eerste en tweede lid van artikel 3, maakt de minister gebruik van een aanwijzingskader dat bekend is gemaakt op www.officielebekendmakingen.nlen op de website van de toelatingsorganisatie is gepubliceerd.