Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
cumulatieve vissterfte: de totale gezamenlijke vissterfte veroorzaakt door alle waterkrachtcentrales in een relevant gebied;
omgevingsvergunning: − een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 1°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 2°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.17, artikel 6.35 of artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een wijziging van de omgevingsvergunning;
− een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 1°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 2°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.17, artikel 6.35 of artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een wijziging van de omgevingsvergunning;
relevant gebied: voor de Maas het gebied vanaf Eijsden tot en met Lith, voor de Rijn de gehele Nederrijn en de gehele Lek;
waterkrachtcentrale: elektriciteitscentrale die stromend of neerstortend water gebruikt om energie op te wekken.
cumulatieve vissterfte: de totale gezamenlijke vissterfte veroorzaakt door alle waterkrachtcentrales in een relevant gebied;
omgevingsvergunning: − een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 1°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 2°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.17, artikel 6.35 of artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een wijziging van de omgevingsvergunning;
− een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, aanhef en onder 1°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, aanhef en onder 2°, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 6.17, artikel 6.35 of artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of
− een wijziging van de omgevingsvergunning;
relevant gebied: voor de Maas het gebied vanaf Eijsden tot en met Lith, voor de Rijn de gehele Nederrijn en de gehele Lek;
waterkrachtcentrale: elektriciteitscentrale die stromend of neerstortend water gebruikt om energie op te wekken.