BWBR0050156
Geldig vanaf 2024-08-20
Artikel 6.13
Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse
1. De minister stelt jaarlijks voor 1 november het voorlopige correctiebedrag vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.
2. Het voorlopige correctiebedrag bestaat uit de som van:
a. de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie in de periode van 1 september tot en met 31 augustus voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het voorlopige correctiebedrag wordt vastgesteld;
b. de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, omgerekend naar € per kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en
c. de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
3. Indien het voorlopige correctiebedrag lager is dan de door de minister vastgestelde ondergrens per kg waterstof, wordt gerekend met dat bedrag in plaats van met de gemiddelde kosten.
4. Voor de voorschotverlening stelt de minister, in afwijking van het eerste lid, een voorlopig correctiebedrag vast voor productie-installaties waarvoor op grond van het artikel 2.1, tweede lid, de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is opengesteld, waarmee het voorschot voor die productie-installaties wordt bepaald indien er voor die productie-installaties nog geen voorlopige correctiebedragen op grond van het eerste lid gelden.
2. Het voorlopige correctiebedrag bestaat uit de som van:
a. de gemiddelde kosten van het produceren van waterstof met een stoommethaanreforminstallatie in de periode van 1 september tot en met 31 augustus voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor het voorlopige correctiebedrag wordt vastgesteld;
b. de waarde van de garanties van oorsprong voor hernieuwbare waterstof, omgerekend naar € per kg waterstof met de omrekenfactor 0,03932 MWh/kg; en
c. de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidieontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.
3. Indien het voorlopige correctiebedrag lager is dan de door de minister vastgestelde ondergrens per kg waterstof, wordt gerekend met dat bedrag in plaats van met de gemiddelde kosten.
4. Voor de voorschotverlening stelt de minister, in afwijking van het eerste lid, een voorlopig correctiebedrag vast voor productie-installaties waarvoor op grond van het artikel 2.1, tweede lid, de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening is opengesteld, waarmee het voorschot voor die productie-installaties wordt bepaald indien er voor die productie-installaties nog geen voorlopige correctiebedragen op grond van het eerste lid gelden.