BWBR0050156
Geldig vanaf 2024-08-20
Artikel 3.6
Subsidieregeling grootschalige productie volledig hernieuwbare waterstof via elektrolyse
1. Een aanvraag voor subsidie gaat vergezeld van een haalbaarheidsstudie.
2. De haalbaarheidsstudie bevat in ieder geval:
a. een omschrijving van de waterstofproductie-installatie;
b. een waterstofopbrengstberekening;
c. een financieringsplan voor de investering in de waterstofproductie-installatie;
d. inzicht in het eigen vermogen van de subsidieaanvrager;
e. een exploitatieberekening met de verwachte kosten en opbrengsten van de waterstofproductie-installatie;
f. een onderbouwing van de verwachte afzet en de verwachte verkoopprijs van de te produceren volledig hernieuwbare waterstof gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat;
g. een intentieverklaring van een financier voor de financiering van de investering in de waterstofproductie-installatie, indien: 1°. het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de kosten van de investering in de waterstofproductie-installatie bedraagt; of
2°. de subsidieaanvrager meer dan één aanvraag heeft ingediend in de door de minister vastgestelde periode voor het aanvragen van subsidie, en het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de totale kosten van de investeringen in de waterstofproductie-installaties bedraagt.
1°. het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de kosten van de investering in de waterstofproductie-installatie bedraagt; of
2°. de subsidieaanvrager meer dan één aanvraag heeft ingediend in de door de minister vastgestelde periode voor het aanvragen van subsidie, en het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de totale kosten van de investeringen in de waterstofproductie-installaties bedraagt.
3. De waterstofopbrengstberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bevat:
a. de verwachte hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof per kalenderjaar in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat en de verwachte hoeveelheid waterstof die niet volledig hernieuwbaar is per kalenderjaar in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat;
b. het energetische omzettingsrendement van elektriciteit naar waterstof aan het begin van de levensduur;
c. de beschikbaarheid in tijd van de waterstofproductie-installatie;
d. de beschikbaarheid van de hoeveelheid te gebruiken duurzame elektriciteit;
e. de verwachte degradatie van de elektrolyser.
4. De exploitatieberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bevat:
a. een specificatie van de investeringskosten per component van de waterstofproductie-installatie;
b. een overzicht van de kosten en baten van de exploitatie van de waterstofproductie-installatie;
c. een berekening van het financiële rendement van de investering gedurende de levensduur van de waterstofproductie-installatie, waarbij wordt uitgegaan van een levensduur van ten hoogste vijftien jaar.
2. De haalbaarheidsstudie bevat in ieder geval:
a. een omschrijving van de waterstofproductie-installatie;
b. een waterstofopbrengstberekening;
c. een financieringsplan voor de investering in de waterstofproductie-installatie;
d. inzicht in het eigen vermogen van de subsidieaanvrager;
e. een exploitatieberekening met de verwachte kosten en opbrengsten van de waterstofproductie-installatie;
f. een onderbouwing van de verwachte afzet en de verwachte verkoopprijs van de te produceren volledig hernieuwbare waterstof gedurende de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat;
g. een intentieverklaring van een financier voor de financiering van de investering in de waterstofproductie-installatie, indien: 1°. het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de kosten van de investering in de waterstofproductie-installatie bedraagt; of
2°. de subsidieaanvrager meer dan één aanvraag heeft ingediend in de door de minister vastgestelde periode voor het aanvragen van subsidie, en het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de totale kosten van de investeringen in de waterstofproductie-installaties bedraagt.
1°. het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de kosten van de investering in de waterstofproductie-installatie bedraagt; of
2°. de subsidieaanvrager meer dan één aanvraag heeft ingediend in de door de minister vastgestelde periode voor het aanvragen van subsidie, en het eigen vermogen, anders dan het aangevraagde investeringssubsidiedeel, minder dan 20% van de totale kosten van de investeringen in de waterstofproductie-installaties bedraagt.
3. De waterstofopbrengstberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bevat:
a. de verwachte hoeveelheid te produceren volledig hernieuwbare waterstof per kalenderjaar in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat en de verwachte hoeveelheid waterstof die niet volledig hernieuwbaar is per kalenderjaar in de periode die het exploitatiesubsidiedeel beslaat;
b. het energetische omzettingsrendement van elektriciteit naar waterstof aan het begin van de levensduur;
c. de beschikbaarheid in tijd van de waterstofproductie-installatie;
d. de beschikbaarheid van de hoeveelheid te gebruiken duurzame elektriciteit;
e. de verwachte degradatie van de elektrolyser.
4. De exploitatieberekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bevat:
a. een specificatie van de investeringskosten per component van de waterstofproductie-installatie;
b. een overzicht van de kosten en baten van de exploitatie van de waterstofproductie-installatie;
c. een berekening van het financiële rendement van de investering gedurende de levensduur van de waterstofproductie-installatie, waarbij wordt uitgegaan van een levensduur van ten hoogste vijftien jaar.