BWBR0049883
Geldig vanaf 2024-10-01
Artikel 7
Regeling sturing van en toezicht op ACNL
1. ACNL behoeft de voorafgaande instemming van de minister voor:
a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen waarvan de waarde een bedrag van € 100.000 overschrijdt;
c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen waarvan de waarde een bedrag van € 100.000 overschrijdt;
d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot huur, verhuur of pacht van registergoederen waarvan de huur of pacht een bedrag van jaarlijks € 75.000 overschrijdt;
e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening indien deze afzonderlijk dan wel alle (deel)kredietovereenkomsten en (deel)overeenkomsten van geldleningen gezamenlijk een bedrag van € 100.000 overschrijden;
f. het aangaan van overeenkomsten waarbij ACNL zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij ACNL zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
g. het vormen van andere fondsen en reserveringen dan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet;
h. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.
2. Indien ACNL een beslissing wil nemen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d en e, waarbij de bedragen, genoemd in het eerste lid, niet overschreden worden, informeert ACNL de minister voorafgaand over de beslissing.
3. Voor zover de in het eerste lid genoemde voornemens zijn opgenomen in de begroting, hoeven deze niet afzonderlijk ter instemming aan de minister te worden voorgelegd.
a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen waarvan de waarde een bedrag van € 100.000 overschrijdt;
c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen waarvan de waarde een bedrag van € 100.000 overschrijdt;
d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot huur, verhuur of pacht van registergoederen waarvan de huur of pacht een bedrag van jaarlijks € 75.000 overschrijdt;
e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening indien deze afzonderlijk dan wel alle (deel)kredietovereenkomsten en (deel)overeenkomsten van geldleningen gezamenlijk een bedrag van € 100.000 overschrijden;
f. het aangaan van overeenkomsten waarbij ACNL zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij ACNL zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
g. het vormen van andere fondsen en reserveringen dan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet;
h. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.
2. Indien ACNL een beslissing wil nemen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d en e, waarbij de bedragen, genoemd in het eerste lid, niet overschreden worden, informeert ACNL de minister voorafgaand over de beslissing.
3. Voor zover de in het eerste lid genoemde voornemens zijn opgenomen in de begroting, hoeven deze niet afzonderlijk ter instemming aan de minister te worden voorgelegd.