BWBR0049864
Geldig vanaf 2024-06-27
Artikel 8
Regeling specifieke uitkering Programma Natuur 2e fase
1. De provincie draagt er zorg voor dat de specifieke uitkering uitsluitend wordt besteed ten behoeve van de uitvoeringsactiviteiten waarvoor zij is verstrekt.
2. De provincie besteedt de specifieke uitkering in de periode als aangegeven in de beschikking tot verlening.
3. De provincie draagt zorg voor de monitoring van natuurgebieden conform de afspraken die hierover in interprovinciaal verband en in afstemming met het Rijk zijn en worden gemaakt. Ten behoeve van het Programma Natuur maken het Rijk en de provincies gezamenlijk afspraken zodat eenduidige, optelbare informatie wordt verzameld en gerapporteerd over natuurmaatregelen, omgevingscondities en doelbereik.
4. De provincie rapporteert jaarlijks op 1 mei over het voorafgaande jaar aan de Minister conform het daartoe door de Minister verstrekte format. De rapportage bevat:
a. een overzicht van de natuurgebieden ten behoeve waarvan uitvoeringsactiviteiten plaatsvinden.
b. per natuurgebied: 1°. een overzicht van de prioritaire opgaven ten behoeve waarvan uitvoeringsactiviteiten plaatsvinden, alsmede een overzicht van de soorten en habitats waarvan de natuurcondities verbeteren als gevolg van de uitvoeringsactiviteiten;
2°. de voortgang en de realisatie van de prioritaire opgaven, in het bijzonder het percentage weggenomen drukfactoren, de gerealiseerde bijdrage van stikstofemissiereductie in kilogram stikstof en de oppervlakte herstelde natuur.
1°. een overzicht van de prioritaire opgaven ten behoeve waarvan uitvoeringsactiviteiten plaatsvinden, alsmede een overzicht van de soorten en habitats waarvan de natuurcondities verbeteren als gevolg van de uitvoeringsactiviteiten;
2°. de voortgang en de realisatie van de prioritaire opgaven, in het bijzonder het percentage weggenomen drukfactoren, de gerealiseerde bijdrage van stikstofemissiereductie in kilogram stikstof en de oppervlakte herstelde natuur.
c. de gerealiseerde oppervlakte boscompensatie en de oppervlakte boscompensatie onderhanden in hectares.
2. De provincie besteedt de specifieke uitkering in de periode als aangegeven in de beschikking tot verlening.
3. De provincie draagt zorg voor de monitoring van natuurgebieden conform de afspraken die hierover in interprovinciaal verband en in afstemming met het Rijk zijn en worden gemaakt. Ten behoeve van het Programma Natuur maken het Rijk en de provincies gezamenlijk afspraken zodat eenduidige, optelbare informatie wordt verzameld en gerapporteerd over natuurmaatregelen, omgevingscondities en doelbereik.
4. De provincie rapporteert jaarlijks op 1 mei over het voorafgaande jaar aan de Minister conform het daartoe door de Minister verstrekte format. De rapportage bevat:
a. een overzicht van de natuurgebieden ten behoeve waarvan uitvoeringsactiviteiten plaatsvinden.
b. per natuurgebied: 1°. een overzicht van de prioritaire opgaven ten behoeve waarvan uitvoeringsactiviteiten plaatsvinden, alsmede een overzicht van de soorten en habitats waarvan de natuurcondities verbeteren als gevolg van de uitvoeringsactiviteiten;
2°. de voortgang en de realisatie van de prioritaire opgaven, in het bijzonder het percentage weggenomen drukfactoren, de gerealiseerde bijdrage van stikstofemissiereductie in kilogram stikstof en de oppervlakte herstelde natuur.
1°. een overzicht van de prioritaire opgaven ten behoeve waarvan uitvoeringsactiviteiten plaatsvinden, alsmede een overzicht van de soorten en habitats waarvan de natuurcondities verbeteren als gevolg van de uitvoeringsactiviteiten;
2°. de voortgang en de realisatie van de prioritaire opgaven, in het bijzonder het percentage weggenomen drukfactoren, de gerealiseerde bijdrage van stikstofemissiereductie in kilogram stikstof en de oppervlakte herstelde natuur.
c. de gerealiseerde oppervlakte boscompensatie en de oppervlakte boscompensatie onderhanden in hectares.