BWBR0049846
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 3
Besluit aanwijzing Halt-feiten 2024
De strafbare feiten waarvoor een Halt-afdoening kan worden aangeboden door de opsporingsambtenaar zijn:
a. de artikelen 139d, tweede lid, en 139e van het Wetboek van Strafrecht;
b. artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het betreft openlijk geweld tegen goederen waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
c. artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;
d. artikel 231, van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het betreft het in de horeca gebruiken van een identiteitsbewijs op naam van een ander of een eenvoudig vervalst identiteitsbewijs;
e. de artikelen 310, 311, eerste lid, onderdeel 4°, en 321 van het Wetboek van Strafrecht en poging hiertoe, voor zover het betreft een ontvreemd bedrag of waarde van het goed van ten hoogste € 190, alsmede in aansluiting op deze feiten gepleegde daden van heling, omschreven in de artikelen 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht;
f. artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het betreft het door middel van listige kunstgrepen iemand bewegen tot afgifte van een goed tegen een lagere prijs dan de vastgestelde verkoopprijs en het betreft een vermogensnadeel van ten hoogste € 190;
g. artikel 350, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
h. artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
i. artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht;
j. artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht;
k. artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 45 van de Alcoholwet;
l. de artikelen 72 en 73 van de Wet personenvervoer 2000 waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
m. de artikelen 1.2.2, 1.2.4 en 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit;
n. gemeentelijke verordeningen, voor zover betrekking hebbend op het in de open lucht aanleggen of stoken van vuur, baldadig of overlastgevend gedrag, gebruik van alcohol of verdovende middelen en, waarbij indien als gevolg daarvan schade ontstaat, de schade per dader niet meer dan € 1150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
o. de artikelen 2, derde lid, en 4c van de Leerplichtwet 1969, indien er sprake is van meerdere dagdelen verzuim of meer dan negen keer te laat komen en voor zover er geen sprake is van meer dan een week onafgebroken verzuim of in totaal meer dan tien dagen verzuim per half schooljaar;
p. artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, indien er sprake is van het besturen een fiets;
q. de artikelen 107 en 110 van de Wegenverkeerswet 1994, indien er sprake is van het besturen van een bromfiets;
r. artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet, voor zover het betreft artikel 3, onderdeel c, van de Opiumwet, waarbij de hoeveelheid minder is dan 5 gram.
a. de artikelen 139d, tweede lid, en 139e van het Wetboek van Strafrecht;
b. artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het betreft openlijk geweld tegen goederen waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
c. artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;
d. artikel 231, van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het betreft het in de horeca gebruiken van een identiteitsbewijs op naam van een ander of een eenvoudig vervalst identiteitsbewijs;
e. de artikelen 310, 311, eerste lid, onderdeel 4°, en 321 van het Wetboek van Strafrecht en poging hiertoe, voor zover het betreft een ontvreemd bedrag of waarde van het goed van ten hoogste € 190, alsmede in aansluiting op deze feiten gepleegde daden van heling, omschreven in de artikelen 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht;
f. artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor zover het betreft het door middel van listige kunstgrepen iemand bewegen tot afgifte van een goed tegen een lagere prijs dan de vastgestelde verkoopprijs en het betreft een vermogensnadeel van ten hoogste € 190;
g. artikel 350, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
h. artikel 424 van het Wetboek van Strafrecht waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
i. artikel 443 van het Wetboek van Strafrecht;
j. artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht;
k. artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 45 van de Alcoholwet;
l. de artikelen 72 en 73 van de Wet personenvervoer 2000 waarbij per dader de schade niet meer dan € 1.150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
m. de artikelen 1.2.2, 1.2.4 en 2.3.6 van het Vuurwerkbesluit;
n. gemeentelijke verordeningen, voor zover betrekking hebbend op het in de open lucht aanleggen of stoken van vuur, baldadig of overlastgevend gedrag, gebruik van alcohol of verdovende middelen en, waarbij indien als gevolg daarvan schade ontstaat, de schade per dader niet meer dan € 1150 mag bedragen en de totale schade de € 5.750 niet te boven mag gaan;
o. de artikelen 2, derde lid, en 4c van de Leerplichtwet 1969, indien er sprake is van meerdere dagdelen verzuim of meer dan negen keer te laat komen en voor zover er geen sprake is van meer dan een week onafgebroken verzuim of in totaal meer dan tien dagen verzuim per half schooljaar;
p. artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, indien er sprake is van het besturen een fiets;
q. de artikelen 107 en 110 van de Wegenverkeerswet 1994, indien er sprake is van het besturen van een bromfiets;
r. artikel 11, eerste lid, van de Opiumwet, voor zover het betreft artikel 3, onderdeel c, van de Opiumwet, waarbij de hoeveelheid minder is dan 5 gram.