BWBR0049799
Geldig vanaf 2024-06-13
Artikel 9
Regeling modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen
1. Vluchten wordt slechts uitgevoerd onder omstandigheden en op locaties waarbij er vanaf de grond tijdens de gehele vlucht goed zicht is op het modelluchtvaartuig en het luchtruim daaromheen op een wijze dat tijdens alle vluchtfasen voor passende separatie kan worden gezorgd van derde partijen op de grond en van andere luchtruimgebruikers.
2. De piloot op afstand houdt het modelluchtvaartuig te allen tijde in het zicht, behalve wanneer de piloot wordt bijgestaan door een waarnemer die zich naast hem bevindt en zonder hulp visueel contact houdt met het modelluchtvaartuig en zo de piloot helpt om de vlucht veilig uit te voeren.
3. De vlucht wordt niet uitgevoerd buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids.
4. De minister kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
2. De piloot op afstand houdt het modelluchtvaartuig te allen tijde in het zicht, behalve wanneer de piloot wordt bijgestaan door een waarnemer die zich naast hem bevindt en zonder hulp visueel contact houdt met het modelluchtvaartuig en zo de piloot helpt om de vlucht veilig uit te voeren.
3. De vlucht wordt niet uitgevoerd buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids.
4. De minister kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.