BWBR0049799
Geldig vanaf 2024-06-13
Artikel 7
Regeling modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen
1. Vluchten zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 300 meter boven de grond of het water in luchtruim met klasse G.
2. Vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door civiele luchtvaartuigen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water mits:
a. iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen, en;
b. het andere verkeer op de hoogte wordt gesteld van de voorgenomen vlucht;
3. Vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door militaire luchtvaartuigen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water mits:
a. iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen; en
b. de modelluchtvaartuigclub of -vereniging regels en procedures heeft opgesteld om de vlucht veilig te kunnen uitvoeren;
4. Vluchten binnen een afstand van 3 km van een ongecontroleerde luchthaven zijn toegestaan mits er afstemming van activiteiten heeft plaatsgevonden met de exploitant van de luchthaven, zodanig dat vluchten met modelluchtvaartuigen geen vermijdbaar gevaar vormen voor de activiteiten van de ongecontroleerde luchthaven.
5. In afwijking van het eerste lid zijn vluchten toegestaan in luchtruim met klasse C of D, mits op schriftelijk verzoek van de modelluchtvaartclub- of vereniging een convenant is gesloten met de organisatie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt en de bestuurder zich houdt aan de afspraken in dat convenant.
2. Vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door civiele luchtvaartuigen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water mits:
a. iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen, en;
b. het andere verkeer op de hoogte wordt gesteld van de voorgenomen vlucht;
3. Vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door militaire luchtvaartuigen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water mits:
a. iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen; en
b. de modelluchtvaartuigclub of -vereniging regels en procedures heeft opgesteld om de vlucht veilig te kunnen uitvoeren;
4. Vluchten binnen een afstand van 3 km van een ongecontroleerde luchthaven zijn toegestaan mits er afstemming van activiteiten heeft plaatsgevonden met de exploitant van de luchthaven, zodanig dat vluchten met modelluchtvaartuigen geen vermijdbaar gevaar vormen voor de activiteiten van de ongecontroleerde luchthaven.
5. In afwijking van het eerste lid zijn vluchten toegestaan in luchtruim met klasse C of D, mits op schriftelijk verzoek van de modelluchtvaartclub- of vereniging een convenant is gesloten met de organisatie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt en de bestuurder zich houdt aan de afspraken in dat convenant.