BWBR0049795
Geldig vanaf 2024-06-13
Artikel 7
Subsidieregeling digitale school 2024
1. De minister verstrekt aan ten hoogste 16 penvoerders subsidie op grond van deze regeling.
2. Een coalitie wordt als voorloper aangemerkt indien bij de coalitie ten minste één school is aangesloten die in het schooljaar 2022/2023 of in het schooljaar 2023/2024 al over een structureel aanbod beschikte om thuiszittende jeugdigen met digitaal afstandsonderwijs te ondersteunen en dat kan aantonen met een beschrijving van het aanbod van digitaal onderwijs in de schoolgids of het schoolondersteuningsplan, aan leerlingen die daar niet tijdens het reguliere programma gebruik van maken.
3. De minister geeft per provincie voorrang aan één voorloper. Het betreft de voorloper met het grootste aantal leerlingen in de deelnemende samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie. Hierbij wordt uitgegaan van het vastgesteld aantal leerlingen in het primair onderwijs op peildatum 1 februari 2023 en het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs op basis van de voorlopige telling van 1 oktober 2023 in het voortgezet onderwijs die bij DUO is geregistreerd.
4. Indien er na toepassing van het derde lid nog provincies zijn van waaruit geen aanvraag is gehonoreerd, wordt in die provincies subsidie verstrekt aan de penvoerder van de coalities met een volledige aanvraag met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.
5. Indien na toepassing van het derde en vierde lid de 16 plaatsen nog niet zijn vervuld, wordt vervolgens voorrang gegeven aan de volledige aanvraag van de penvoerder van de coalitie met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.
6. Voor de toepassing van dit artikel is bepalend welke provincie de penvoerder bij de aanvraag, bedoeld in artikel 6, heeft vermeld.
2. Een coalitie wordt als voorloper aangemerkt indien bij de coalitie ten minste één school is aangesloten die in het schooljaar 2022/2023 of in het schooljaar 2023/2024 al over een structureel aanbod beschikte om thuiszittende jeugdigen met digitaal afstandsonderwijs te ondersteunen en dat kan aantonen met een beschrijving van het aanbod van digitaal onderwijs in de schoolgids of het schoolondersteuningsplan, aan leerlingen die daar niet tijdens het reguliere programma gebruik van maken.
3. De minister geeft per provincie voorrang aan één voorloper. Het betreft de voorloper met het grootste aantal leerlingen in de deelnemende samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie. Hierbij wordt uitgegaan van het vastgesteld aantal leerlingen in het primair onderwijs op peildatum 1 februari 2023 en het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs op basis van de voorlopige telling van 1 oktober 2023 in het voortgezet onderwijs die bij DUO is geregistreerd.
4. Indien er na toepassing van het derde lid nog provincies zijn van waaruit geen aanvraag is gehonoreerd, wordt in die provincies subsidie verstrekt aan de penvoerder van de coalities met een volledige aanvraag met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.
5. Indien na toepassing van het derde en vierde lid de 16 plaatsen nog niet zijn vervuld, wordt vervolgens voorrang gegeven aan de volledige aanvraag van de penvoerder van de coalitie met het grootste aantal leerlingen op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen in het primair onderwijs op 1 februari 2023 en in het voortgezet onderwijs op 1 oktober 2023 in de samenwerkingsverbanden die zijn aangesloten bij de coalitie.
6. Voor de toepassing van dit artikel is bepalend welke provincie de penvoerder bij de aanvraag, bedoeld in artikel 6, heeft vermeld.