BWBR0049795
Geldig vanaf 2024-06-13
Artikel 11
Subsidieregeling digitale school 2024
1. Subsidie op grond van deze regeling wordt verleend binnen 13 weken na sluiting van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.
2. De minister verstrekt bij de verlening ambtshalve een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in vier delen uitbetaald in december 2024, in september 2025, in september 2026 en september 2027. De betaling in 2024 bedraagt € 345.000. De betalingen in 2025, 2026 en 2027 bedragen ieder € 375.000.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 1.
4. De penvoerder toont aan de hand van een eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De eindrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2028 toegezonden aan DUS-I.
5. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
6. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, stelt de minister de subsidie vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.
7. Indien de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de penvoerder bekostiging wordt verstrekt.
8. Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school of samenwerkingsverband.
2. De minister verstrekt bij de verlening ambtshalve een voorschot van 100%. Het voorschot wordt in vier delen uitbetaald in december 2024, in september 2025, in september 2026 en september 2027. De betaling in 2024 bedraagt € 345.000. De betalingen in 2025, 2026 en 2027 bedragen ieder € 375.000.
3. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijsmet model G, onderdeel 1.
4. De penvoerder toont aan de hand van een eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. De eindrapportage wordt uiterlijk op 31 december 2028 toegezonden aan DUS-I.
5. Indien de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht en aan de daaraan verbonden verplichtingen is voldaan, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
6. In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, stelt de minister de subsidie vast binnen een jaar na indiening van de jaarverslaggeving over het laatste jaar van de activiteitenperiode.
7. Indien de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan de penvoerder bekostiging wordt verstrekt.
8. Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school of samenwerkingsverband.