BWBR0049771
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 5.8
Wet kinderopvang BES
1. Titel 5.1 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete als bedoeld artikel 5.6 respectievelijk artikel 5.7, met dien verstande dat voor de in artikel 5:1, derde lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht opgenomen verwijzing naar artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht gelezen moet worden: artikel 53, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.
2. Afdeling 5.3.2 en artikel 5:49, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5.6.
3. De artikelen 5:40 tot en met 5:52 en 5:53, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.7, met dien verstande dat:
a. voor de in artikel 5:46, vierde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht gelezen moet worden: artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES;
b. voor de in artikel 5:47 van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 12i van het Wetboek van strafvordering gelezen moet worden: artikel 25 van het Wetboek van Strafvordering BES;
c. voor de in artikel 5:48 van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering gelezen moet worden: artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering BES.
2. Afdeling 5.3.2 en artikel 5:49, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5.6.
3. De artikelen 5:40 tot en met 5:52 en 5:53, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5.7, met dien verstande dat:
a. voor de in artikel 5:46, vierde lid, van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht gelezen moet worden: artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES;
b. voor de in artikel 5:47 van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 12i van het Wetboek van strafvordering gelezen moet worden: artikel 25 van het Wetboek van Strafvordering BES;
c. voor de in artikel 5:48 van die wet opgenomen verwijzing naar artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering gelezen moet worden: artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering BES.
- Citeren als
- Art. 5.8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl