BWBR0049771
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 3.6
Wet kinderopvang BES
1. Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens door de houder van een kindercentrum of gastouder bij een aanvraag als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, worden verstrekt.
2. Onze Minister geeft de houder van het kindercentrum of de gastouder binnen acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag een beschikking omtrent de kinderopvangvergoeding. Onze Minister stelt de ouder in kennis van de beschikking, indien deze geheel of gedeeltelijk afwijzend luidt.
3. Indien Onze Minister voor de beoordeling van een aanvraag nadere informatie nodig acht, kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, met acht weken worden verlengd. Onze Minister stelt de aanvrager van de verlenging in kennis.
2. Onze Minister geeft de houder van het kindercentrum of de gastouder binnen acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag een beschikking omtrent de kinderopvangvergoeding. Onze Minister stelt de ouder in kennis van de beschikking, indien deze geheel of gedeeltelijk afwijzend luidt.
3. Indien Onze Minister voor de beoordeling van een aanvraag nadere informatie nodig acht, kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, met acht weken worden verlengd. Onze Minister stelt de aanvrager van de verlenging in kennis.
- Citeren als
- Art. 3.6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0049771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl