BWBR0049662
Geldig vanaf 2024-05-07
Artikel 30
Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie
1. De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
2. De minister kent aan een project aan de hand van de volgende criteria een hoger aantal punten toe naarmate:
a. er meer technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces, of dienst wordt verwacht;
b. er meer economische waarde wordt gecreëerd voor de deelnemers in het VIM-R&D-samenwerkingsverband of de Nederlandse economie;
c. de kwaliteit van de R&D samenwerking hoger is, ten minste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de capaciteiten van de deelnemers en de kwaliteit van de projectorganisatie, of;
d. er meer positieve impact wordt gerealiseerd binnen Luchtvaart in Transitie en de verduurzaming van de luchtvaart.
3. De minister kent per onderdeel van het tweede lid ten hoogste 25 punten toe.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
5. De minister verdeelt het subsidieplafond onder de aanvragen die het hoogste zijn gerangschikt.
6. Indien onder het desbetreffende subsidieplafond aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt er door de minister geloot.
2. De minister kent aan een project aan de hand van de volgende criteria een hoger aantal punten toe naarmate:
a. er meer technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaand product, proces, of dienst wordt verwacht;
b. er meer economische waarde wordt gecreëerd voor de deelnemers in het VIM-R&D-samenwerkingsverband of de Nederlandse economie;
c. de kwaliteit van de R&D samenwerking hoger is, ten minste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de capaciteiten van de deelnemers en de kwaliteit van de projectorganisatie, of;
d. er meer positieve impact wordt gerealiseerd binnen Luchtvaart in Transitie en de verduurzaming van de luchtvaart.
3. De minister kent per onderdeel van het tweede lid ten hoogste 25 punten toe.
4. De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
5. De minister verdeelt het subsidieplafond onder de aanvragen die het hoogste zijn gerangschikt.
6. Indien onder het desbetreffende subsidieplafond aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, wordt er door de minister geloot.